zondag 8 april 2018

Rommelseizoen





Het rommelseizoen is weer begonnen. In Frankrijk brengt men zijn overtollige spullen niet naar het Goed of een andere kringloopwinkel, men verkoopt ze gezellig zelf op straat. Op de Vide Grenier (maak je zolder leeg) en de Foire à tout (markt voor iedereen) wordt er, meestal op zondag, voor weinig een paar vierkante meter gehuurd en volgepleurd met inderdaad grotendeels rommel. Er zijn ook Brocante markten, daar proberen de mensen spullen die ze op de vide greniers kochten, wat opgepoetst en van een nieuw laklaagje voorzien vervolgens voor 15x zoveel te verkopen. Dat zagen we in maart in St. Pierre-sûr-Dives, waar er in het prachtige middeleeuwse marktgebouw iedere eerste zondag van de maand zo’n markt is en daarnaast ook nog een hele serie winkels hun spul aan de man trachtte te brengen. Behalve het prijspeil is het grote verschil dit: op de vide grenier heeft doorgaans iedereen plezier en op de brocante markt wordt er door de kooplui alleen maar gemopperd. ‘Men koopt niet, men vindt alles te duur, het is niet meer wat het geweest is’ ga zo maar door. Leuk, als je daar als bezoeker je ogen streelt met het moois dat ze te koop hebben. Maar ja, die prijzen hè? Inderdaad is het leuker om dat snoezige tafeltje op wieltjes zelf op een foire à tout te vinden en dan op te knappen. Voor 3 euro. Nou, vooruit, 5. Maar niet voor 45 euro kant-en-klaar aan te schaffen.

Tegelijk met die rommelmarkt, waarvan de huuropbrengst meestal voor het Comité de Fête is maar soms ook voor een goed doel, zoals de brandweer of slachtoffers ergens van, is er natuurlijk te eten en te drinken. Lauwe, meestal héle vieze koffie, allerlei frisdranken maar natuurlijk komt men voor de goedkope drank. Al vroeg wordt er genoten van de Rosé Pamplemousse, een geaccepteerd drankje voor tussendoor, alvorens aan het serieuzere werk van het apéro te beginnen. De standhouders  krijgen van de organisatie ook een drankje aangeboden. Er wordt frites gebakken én wat ons opvalt: tegenwoordig wordt het er standaard bij geserveerd: mayo! Dat hebben die Hollanders dan toch maar mooi voor elkaar gekregen. Wij weten wel wat lekker is.

Hoofd Zooi en ik beschouwen het als hobby, het bezoeken van rommelmarkten. We rijden er rustig een kilometer of 80 voor op een zondag, want we bezoeken er meestal een paar. We kijken in het oranje gidsje, we nemen eerst de grootste en kijken dan wat voor tijd erover blijft voor de rest. Vandaag deden we het ietsje anders en gingen we eerst naar Broglie want dat lag op de route naar de volgende markt. We waren nog maar vijf stappen op de markt toen ik iets interessants zag: een brommerscooter in 1:12.

Nu gebeurt er dit: je hebt er werkelijk nooit één seconde aan gedacht een brommerscooter voor je poppenhuis te willen parkeren, maar nu je hem hier ziet staan voel je pas wat je al die tijd gemist hebt. ‘Deze brommerscooter hoort voor mijn huis te staan.’ Hij kost 4 euro, ik mompel wat onverschillig, bied 3. De verkoopster kijkt zuinig, wij tellen het geld alvast uit. Ze knikt. Ik krijg er nog een bubbeltjesplastic zakje bij om hem in te doen.

Hierna was ook gelijk mijn geld op dus gingen we eerst pinnen. Weer terug zagen we nog een nieuwe keukenkraan, maar daar bleek een essentieel onderdeel van te missen (altijd even goed zo’n ‘spiksplinternieuwe’ doos nakijken hebben we geleerd) maar verder was er niets van onze gading. We gingen naar het volgende dorp, Marolles. Daar zouden 90 kramen zijn.  Er waren er acht. Er was een mevrouw met een tafeltje met spullen waar ze op gele postits de prijzen van had opgeschreven. Zodat ze niet met je hoefde te praten, zeg maar. In een stevige jas gewikkeld keek ze straal een andere kant op. ‘Ik zit hier niet, ik heb níets te koop.’ Ze had twee boerenbont soepkoppen (le lot 3 euro), dat vond ik wel wonderlijk om die in zo’n Normandisch dorp aan te treffen en die had ik wel willen kopen voor schoonzus, die dat servies heeft. Maar bij zoveel afweer durfde ik  geen gesprek met de verkoopster aan te gaan. Deze markt kreeg een 3. De route naar de volgende was mooi, dat pik je dan toch maar weer even mee. In Grand Camp was ook niks van onze gading. En de frites die ze daar hadden lag lauw in bakken op klanten te wachten. Ook een 3. Dus gingen we maar thuis een stokbroodje vloeiendrijpe camembert eten. En als bonus ook nog voor het eerst in een aangenaam zonnetje op ons eigen terrasje.
Geen patat met worst (en mayo) gekocht, geen olielamp, geen hamerboormachine, geen keukenkraan, één brommerscooter gescoord en verder dus helemaal niks, eigenlijk hadden we deze ochtend alleen maar geld verdiend. Zo'n conclusie vormt altijd weer een goed uitgangspunt voor de volgende marktbezoeken!   


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een jaar op proef

Een jaar in Normandië -slot-

Weer terug in La Noblet na bijna zes weken Nederland voelt als thuiskomen. Net zoals het voelt als we in Nederland in ons Bak...