vrijdag 18 mei 2018

Voetbal




Ze lagen en hingen er alweer, bij But, de duizenddingenwinkel. Voetbaldecoraties. Natuurlijk ben je als winkel met zo’n naam (but = doelpunt) wel bijna verplicht les Bleus met alles wat je in je hebt te steunen, maar zeg eens eerlijk: NU al? Het begint toch pas over een maand (ik weet het echt niet, omdat Nederland niet meedoet had ik het hele WK verdrongen)? Opeens ben ik blij dat ik de hele maand juli niet in Frankrijk ben en niet mee hoef om overal naar wedstrijden waaraan de Fransen deelnemen te kijken en dan natuurlijk steeds aan te moeten horen dat ‘Les Hollandais’ er dit jaar níet bij zijn. Nee, dat weten we, dat is al erg genoeg, dat hoef je er echt niet steeds in te wrijven.

We hebben al wat WK’s en EK’s meegemaakt in Frankrijk. Misschien nog wel meer dan in Nederland. We hebben op een plein in Limoux meegejuicht voor de Fransen, we hebben nagelbijtend in een bar op camping La Plage in Vézay gezeten (manlief verdwijnt dan doorgaans na enige tijd omdat hij de spanning niet aankan), helemaal alleen met z’n tweeën zaten we in St.Rome-de-Dolan op de crête en een keer met een stel medebeursgangers in Parijs in een kroeg, maar de meeste keren zaten we ergens bij Fransen thuis met een hele club. Eén keer verloren we bij B(r)oer van Spanje en dat terwijl we ons geheel in het oranje hadden uitgedost. Vreselijke herinneringen heb ik aan die avond.

Ook onvergetelijk was de keer dat we ergens loei verweg heen gereden waren en ik alleen met de kinderen terug naar huis ging. In ieder dorp moest ik mij stapvoets door een uitzinnige menigte die schor ‘On a gagné’ brulde  heen worstelen,  onderwijl duim opstekend en instemmend meejuichen en hopen dat m’n dak het hield omdat fans er via de motorkap op klommen. De meiden doodsbenauwd op de achterbank, ik koortsachtig routes bedenkend die níet door dorpen voerden.

Verder ben ik erg slecht in het onthouden van dit soort wedstrijden, dus vergeef me als ik het helemaal fout heb maar volgens mij stond Frankrijk vier jaar geleden in de finale. We hadden bezoek uit Nederland en waren allemaal uitgenodigd bij Guy en zijn vrouw. Er stond een enorme breedbeeld tv in de kamer en er waren tientallen stoelen omheen gezet. Toen we kwamen was de wedstrijd al begonnen, maar het was mooi weer en nagenoeg iedereen zat buiten aan het apéro. Ik zette onze meegebrachte hartige taart bij de andere heerlijkheden en ging toch maar even naar de wedstrijd kijken. Die ontwikkelde zich niet helemaal naar wens. Toen de tweede helft begon kwam er meer belangstelling en langzaam werden alle stoelen bezet, wij hielden ons bescheiden op de achtergrond.

Maar aan het einde van de speeltijd was de wedstrijd onbeslist. Er kwam een verlenging. Tegen die tijd zaten wij  nagelbijtend voor de tv. Alsjeblieft geen strafschoppen. Vanuit de keuken werd iets geroepen en opeens kwam de rest van het publiek in beweging. Voordat we goed en wel begrepen wat er gebeurde waren alle stoelen leeg en stond iedereen in de keuken. Daar werd het toetje uitgeserveerd, een plastic glaasje gevuld met frambozen- en blauwe bessencompôte met een paar druppeltjes likeur, afgetopt met een licht gezoete crème fraiche. De commentaren logen er niet om: ’Délicieux. Heerlijk. Zo lekker.’ Ondertussen scoorde Éder in de 109de minuut het winnende doelpunt voor Portugal en waren wij, Nederlanders, daar als enige getuige van. Verbijsterd keken we elkaar aan.

Tant pis,’ zei men, het plastic glaasje leeg likkend.  En schonk nog een digestif in. En nu ik dit allemaal opschrijf weet ik ook zeker dat ik dat toch een beetje ga missen, in juli. Want natuurlijk hoop ik toch dat Frankrijk het ver schopt, dit jaar. Misschien dat ik dan bij gelegenheid zo’n lekker toetje maak. Om het te vieren. Of als troost. 




zaterdag 12 mei 2018

En wat doe je daar dan zo de hele dag?



‘Verveel je je niet?’ vraagt mijn nichtje. We lopen door de wei, we hebben zojuist een vaars opgehaald die niet met de kudde mee terug gelopen was naar de melkrobot. Het koetje is ‘in opleiding’ want nog niet gekalfd, maar ze moet zo wel leren hoe het hoort. Dat lukt nog niet helemaal, want gisteren was ze ook al achtergebleven. Ik zag haar liggen met haar zwart omrande ogen net onder de bomen waar de meeste koeien schaduw zoeken als het warm is. En het was warm, heerlijk warm.

‘Vervelen? Nee, absoluut niet,’ zeg ik. Ik zie dat ze dat maar nauwelijks kan geloven. Zo saai, in zo’n huis midden in de wereld, wat moet je daar in ’s hemelsnaam doen? Ik begrijp de onrust van de plattelandstiener, die voor bijna alles gehaald en gebracht moet worden met de auto. Maar die tijd heb ik ver achter me.

We zijn de afgelopen dagen bezig geweest bomen in stukken te zagen die b(r)oer voor aankomende winter gekapt had. We waren daar laat mee, maar het land was steeds te nat om met een tractor en wagen heen te rijden. We hadden al wel veel van de takken afgezaagd en ik bouwde de voormalige kruin van de bomen tot brandstapel. De buizerd, die boven in de enorme eik nestelt die je op onderstaande foto ziet, vond al die activiteit maar niks en ging op jacht. Gisteren waren we klaar en was het land weer grotendeels vrij om te maaien. B(r)oer had de eerste snee al gemaaid en vandaag ingekuild. 

We hadden een dorpsfeest in een dorp verderop waar D. met de band waarin B(r)oer speelt mee mocht drummen. We gingen natuurlijk naar de geweldige rommelmarkt in Le Sap en omdat we toch moesten tanken reden we ook maar naar Aube, waar we op de foire à tout ter plaatse twee spiksplinternieuwe elektrische radiatoren scoorden voor toilet en badkamer boven. Voor verwarming gaan we helemaal over op hout en elektra en we verdiepen ons in zonnepanelen of groene stroom.
Ik ben begonnen met het schilderen van de omlijsting van de ramen en heb en passant de luiken schoongemaakt en hier en daar wat volgegoten met verf. Veertien jaar geleden gaven we ze na de renovatie een jaar of tien, nu is er een aantal nog in redelijke staat maar de meeste kunnen eigenlijk niet meer. Om het wat grimmig ogende huis een vriendelijker aanzien te geven schilder ik Bentheimer geel rond de ramen: dat is vroeger ook zo geweest, je kunt de restanten verf (en hoe je moet schilderen) nog op de gevel terugvinden. Er komt een steiger voor de bovenverdieping. En dan is er natuurlijk de tuin, waar alles groeit en bloeit in een heerlijk overzichtelijke omvang. De appelbloesem heeft haar mooiste tijd gehad, nu knalt de meidoorn uit de hagen met zijn met slagroom bedekte takken.


Ik heb de tomatenplantjes die ik opgekweekt had uit het zaad van de tomaten van Jéremy uit St Hippolyte-du-Fort in de kas geplant nadat ik daar met S. een plantbed had aangelegd. Dat klusje had ik even iets onderschat want dat bleek volgens een aantal vastgestelde stappen te moeten. Eerst brachten we een laag dood materiaal aan, dus planten van het vorige jaar en takken en stukken hout, toen eigen gemaakte compost. Vervolgens gingen we humus onder de bomen in de wal opgraven en over het bed uitspreiden, daarna een heleboel brandnetels (zonder wortels) eroverheen, we mengden kippenmest met de gortdoge klei uit de kas, spreidden dat weer uit (ondertussen werd iedere laag flink begieterd) en helemaal als laatste kwam er een dikke laag stro over. Ik besloot het maar niet te hebben over een paar zakken bemeste tuingrond en gedroogde koemest. Volgens S. was het éven werk, maar kan je er wel drie jaar mee verder. Ik was in ieder geval gebroken na dit zware werk. Maar alles voor een goed resultaat, natuurlijk. Dat houdt ook in dat ik regelmatig de boel kom begieten, evenals de aardbeien die we al eerder van onkruid hadden ontdaan en die nu de grond uit knallen. Wel jammer dat gemeen bijtende rode mieren ook dol zijn op aardbeien. S. overgiet ze met kokend water en voert ze maismeel. Dan knallen ze uit elkaar. Een beproefde biologische methode, die op mij toch wat wreed overkomt. Maar het helpt wel wat, we hebben onze eerste aardbeien al geoogst.

En dan waren we gisteravond naar de kermis in L’Aigle, om daar een lekker vet patatje eten en vanmorgen werkte ik in de Quincaille Rit en straks gaan we Italiaans eten bij Mathilde.

Dan moet ik natuurlijk ook nog gewoon werken voor mijn geld, dus om nu te zeggen dat ik me verveel: nee. Ik wou maar dat het een keer zo was en ik tijd vond om weer eens lekker te schrijven!





dinsdag 1 mei 2018

Stil


De kleinkinderen waren op bezoek, met hun ouders. Eerst brachten we vier dagen door in Disneyland en verbleven in een chalet op de Davy Crocket Ranch. Ondanks dat het druk was in Disneyland hadden we daar niet zo’n last van. We waren er, we gingen zo nu en dan ergens in maar de grootste attractie voor onze 4-jarige bleek de speeltuin in Frontierland te zijn (geen wachttijden). Bijna alle andere dingen waren nog best wel behoorlijk spannend. Behalve natuurlijk ‘It’s a small world’, leuk voor jong & oud. En de werkelijk indrukwekkende parades. De ouders konden ook nog een middag en avond samen door de parken terwijl wij op de kleintjes pasten.  Ging ook allemaal prima.

Nadat we ons op dag vier hadden weten los te scheuren van al dit vermaak reden we op zaterdag terug naar La Noblet. Hadden we tot dan toe prima weer gehad, op zondag begon het te regenen en dat hield tot aan dinsdagnacht niet meer op. IJzig koud was het ook. Het type weer waar je je eigenlijk een beetje voor schaamt, als je visite hebt. Je wilt ze graag laten meedelen in waarom je het hier zo prettig vindt en dan heb je dit. Dochter mopperde ook al dat het ‘altijd slecht weer is’ als ze hier zijn, maar toen herinnerde ze zich gelukkig van vorig jaar ook nog een zwangere luie middag in de ligstoel.

Toch beperkt slecht weer je bewegingsruimte enorm. Een huis is gauw te klein met zes mensen en twee honden erin. Een zonnetje maakt het leven zoveel eenvoudiger en aangenamer. Maar goed, een kleuter en een bijna 10 maanden oude baby maken, samen met hun ouders, best een hoop herrie en brengen leven in de brouwerij. Natuurlijk kwam de Franse familie ook nog een paar keer langs en eten, stortten we ons met vier man op een 1000 stukjes puzzel van Jan van Haasteren en gingen we shoppen en zwemmen in L’Aigle.

Dus toen vanmorgen het hele spul vertrok was het opeens oorverdovend stil. Een zanglijster schetterde zo hard hij kon, maar dat maakte de stilte niet lawaaiiger. Omdat de zon scheen konden we wel weer naar buiten en wat dingen in de tuin en op het erf doen. Er was wat achterstallig werk in te halen. En veel wasgoed. Het is 1 mei, er was overal van alles te doen en ik kreeg een paar takjes Lelietjes-der-dalen van mijn jongste nicht, de traditionele lentebloem voor deze dag van de Arbeid waarop heel Europa vrij is behalve Nederland.

Een oude vriendin zei altijd als er iets moois gebeurd was: ‘Dat kan je weer in je rugzakje stoppen.’ Een heel andere betekenis dan dat ‘rugzakje’ tegenwoordig heeft. Deze afgelopen week, met eerst het bezoek van mijn oudste vriend (nog van de middelbare school) en zijn vrouw en daarna de kids, kan er weer in, in dat fijne rugzakje. En die stilte: die bevalt gelukkig weer prima.


vrijdag 20 april 2018

Jurkje


Op de eerste warme lentedag van het jaar zal het er dan toch van moeten komen: de lange broek, het veilige t-shirt met lange mouwen, trui, vest, sokken en korte laarsjes gaan uit. Er kan een jurkje aan. Tja. Meteen maar een best blote, dan hebben we het maar gehad. Ik heb ‘m vorige zomer al van oudste dochter gekregen, hij was haar te groot. Maar ik heb hem nog nooit gedragen. In dit huis heb ik geen passpiegel, alle spiegels tonen mijn bovenste helft, dus voor het hele plaatje ben ik afhankelijk van het oordeel van de man in huis.

‘Staat dit?’
‘Ja geweldig! Leuk! Zit ook lekker zeker?’ Die laatste toevoeging had nu net niet gehoeven. Maar hij draait om me heen, trekt de jurk van achteren nog even recht en bekijkt me goedkeurend. Wel een beetje alsof hij me voor het eerst weer ziet, uitgepakt en wel.
‘Ik bedoel, ik kan hier zo wel mee naar de bakker, het is niet gek ofzo?’ Sinds alles wat is gaan hangen en verkleuren op allerlei nu meedogenloos aan het daglicht blootgestelde plekken ben ik meer van de koude maanden gaan houden. Met onverwoestbare loyaliteit zegt hij dat ik er prachtig uitzie. Misschien nog wat wit, maar dat trekt vanzelf bij. Zelf begeeft hij zich grotendeels in de schaduw en is binnen drie dagen hazelnootkleurig, wat tegenwoordig prachtig staat bij zijn zilverwitte haardos, bij mij duurt dat allemaal een stuk langer.
In de badkamer kijk ik mismoedig naar de rimpels in mijn bovenarmen. Ook al die levervlekjes op handen en armen en tegenwoordig ook op m’n benen, waar is dat allemaal goed voor? Ik bedoel, het is zo jammer dat het leven leuker wordt bij het stijgen van de jaren (en dat vind ik echt) maar je uiterlijke verschijning daar geen gelijke tred mee houdt. Je haar kleuren, ook zo’n puntje. Nu ben ik nog niet echt helemaal grijs, meer het type zilveren draden tussen het goud. Een keer of twee, drie keer per jaar laat ik m’n haar verven, maar het laatste jaar twijfel ik of ik dat nog moet doen. Zeg nou zelf, vaak is het heel lelijk, zo’n stevig bruin geverfde haardos bij een tamelijk kleurloos, rimpelig gezicht. Tegelijkertijd wil ik er ook nog niet aan, aan die peper-en-zoutfase. Ik ben er hier net een beetje aan gewend mezelf zonder make-up aan de wereld te tonen. En die te lange pony die me voortdurend in de ogen waait heb ik nu à la Ans Marcus strak achteruit getrokken. Met een haarband. Dus voor mijn eerste trip buitenshuis in een jurkje moet ik toch even mijn gezicht opzetten. Routineus zijn mijn ogen binnen drie minuten van oogmake-up en mascara voorzien en kleur ik mijn lippen rood. Zo. Ik ben er nog. Want dat is natuurlijk wel de politiek correcte gedachte die op al dit ijdele gezanik hoort te volgen. Maar soms…….



zondag 8 april 2018

Rommelseizoen





Het rommelseizoen is weer begonnen. In Frankrijk brengt men zijn overtollige spullen niet naar het Goed of een andere kringloopwinkel, men verkoopt ze gezellig zelf op straat. Op de Vide Grenier (maak je zolder leeg) en de Foire à tout (markt voor iedereen) wordt er, meestal op zondag, voor weinig een paar vierkante meter gehuurd en volgepleurd met inderdaad grotendeels rommel. Er zijn ook Brocante markten, daar proberen de mensen spullen die ze op de vide greniers kochten, wat opgepoetst en van een nieuw laklaagje voorzien vervolgens voor 15x zoveel te verkopen. Dat zagen we in maart in St. Pierre-sûr-Dives, waar er in het prachtige middeleeuwse marktgebouw iedere eerste zondag van de maand zo’n markt is en daarnaast ook nog een hele serie winkels hun spul aan de man trachtte te brengen. Behalve het prijspeil is het grote verschil dit: op de vide grenier heeft doorgaans iedereen plezier en op de brocante markt wordt er door de kooplui alleen maar gemopperd. ‘Men koopt niet, men vindt alles te duur, het is niet meer wat het geweest is’ ga zo maar door. Leuk, als je daar als bezoeker je ogen streelt met het moois dat ze te koop hebben. Maar ja, die prijzen hè? Inderdaad is het leuker om dat snoezige tafeltje op wieltjes zelf op een foire à tout te vinden en dan op te knappen. Voor 3 euro. Nou, vooruit, 5. Maar niet voor 45 euro kant-en-klaar aan te schaffen.

Tegelijk met die rommelmarkt, waarvan de huuropbrengst meestal voor het Comité de Fête is maar soms ook voor een goed doel, zoals de brandweer of slachtoffers ergens van, is er natuurlijk te eten en te drinken. Lauwe, meestal héle vieze koffie, allerlei frisdranken maar natuurlijk komt men voor de goedkope drank. Al vroeg wordt er genoten van de Rosé Pamplemousse, een geaccepteerd drankje voor tussendoor, alvorens aan het serieuzere werk van het apéro te beginnen. De standhouders  krijgen van de organisatie ook een drankje aangeboden. Er wordt frites gebakken én wat ons opvalt: tegenwoordig wordt het er standaard bij geserveerd: mayo! Dat hebben die Hollanders dan toch maar mooi voor elkaar gekregen. Wij weten wel wat lekker is.

Hoofd Zooi en ik beschouwen het als hobby, het bezoeken van rommelmarkten. We rijden er rustig een kilometer of 80 voor op een zondag, want we bezoeken er meestal een paar. We kijken in het oranje gidsje, we nemen eerst de grootste en kijken dan wat voor tijd erover blijft voor de rest. Vandaag deden we het ietsje anders en gingen we eerst naar Broglie want dat lag op de route naar de volgende markt. We waren nog maar vijf stappen op de markt toen ik iets interessants zag: een brommerscooter in 1:12.

Nu gebeurt er dit: je hebt er werkelijk nooit één seconde aan gedacht een brommerscooter voor je poppenhuis te willen parkeren, maar nu je hem hier ziet staan voel je pas wat je al die tijd gemist hebt. ‘Deze brommerscooter hoort voor mijn huis te staan.’ Hij kost 4 euro, ik mompel wat onverschillig, bied 3. De verkoopster kijkt zuinig, wij tellen het geld alvast uit. Ze knikt. Ik krijg er nog een bubbeltjesplastic zakje bij om hem in te doen.

Hierna was ook gelijk mijn geld op dus gingen we eerst pinnen. Weer terug zagen we nog een nieuwe keukenkraan, maar daar bleek een essentieel onderdeel van te missen (altijd even goed zo’n ‘spiksplinternieuwe’ doos nakijken hebben we geleerd) maar verder was er niets van onze gading. We gingen naar het volgende dorp, Marolles. Daar zouden 90 kramen zijn.  Er waren er acht. Er was een mevrouw met een tafeltje met spullen waar ze op gele postits de prijzen van had opgeschreven. Zodat ze niet met je hoefde te praten, zeg maar. In een stevige jas gewikkeld keek ze straal een andere kant op. ‘Ik zit hier niet, ik heb níets te koop.’ Ze had twee boerenbont soepkoppen (le lot 3 euro), dat vond ik wel wonderlijk om die in zo’n Normandisch dorp aan te treffen en die had ik wel willen kopen voor schoonzus, die dat servies heeft. Maar bij zoveel afweer durfde ik  geen gesprek met de verkoopster aan te gaan. Deze markt kreeg een 3. De route naar de volgende was mooi, dat pik je dan toch maar weer even mee. In Grand Camp was ook niks van onze gading. En de frites die ze daar hadden lag lauw in bakken op klanten te wachten. Ook een 3. Dus gingen we maar thuis een stokbroodje vloeiendrijpe camembert eten. En als bonus ook nog voor het eerst in een aangenaam zonnetje op ons eigen terrasje.
Geen patat met worst (en mayo) gekocht, geen olielamp, geen hamerboormachine, geen keukenkraan, één brommerscooter gescoord en verder dus helemaal niks, eigenlijk hadden we deze ochtend alleen maar geld verdiend. Zo'n conclusie vormt altijd weer een goed uitgangspunt voor de volgende marktbezoeken!   


donderdag 5 april 2018

Weer chez nous




We waren een dag of zestien in NL. Ik was uitgenodigd samen met twee andere lokale auteurs een boekpresentatie te geven, dus gingen we wat eerder terug dan de bedoeling was. Laat ik maar zeggen dat het een gezellige middag was en dat we een aantal mensen blij gemaakt hebben. Ik had er in ieder geval geen spijt van, dat we een dag eerder terug waren. Behalve dat het ‘nemen van Antwerpen’ op een dag door de week een schier onmogelijke opgave is geworden.


Rond ons pied-à-terre het Bakhuusje was het aanvankelijk stervenskoud. Een restantje Russische Beer meende juist toen wij er waren weer langs te moeten komen. Zelfs in zo’n klein huisje had de cv er best een hijs aan de boel aangenaam te houden. En dan was het in het begin ook nog schipperen met de ruimte. Daar word ik erg ongeduldig van, dus gingen we voortvarend aan de slag om ons tiny house optimaal in te richten voor een probleemloos verblijf. Dat lukte. Het was zelfs een dag warmer dan 10 graden en dus kon ik de rabatdelen zwart verven tot de verf op was. Ook plaatste D. een schutting, mooi met de bocht mee en zo ontstond er een fraai terras, waar we paaszaterdag lekker buiten hebben geluncht met nagenoeg het hele gezin. En bij het Paasvuur was het ook heel gezellig. Na nog het 50jarig verjaardagsfeestje van de buurvrouw mee gevierd te hebben zat ons verblijf er weer op. Dit keer mocht de caravan volgeladen mee. Dat betekent wel een aanmerkelijk langduriger reis, want echt boven de 100 kom je niet uit. Een eind achter een vrachtwagen hangen is vaak verstandiger, zeker met forse tegenwind. Want natuurlijk bereik je voeger of later je bestemming, tenminste als er zich geen calamiteiten voordoen. En hoe lang je erover doet, is eigenlijk al geen issue meer. Daar stel je je op in.


Vandaag de boel uitgepakt en ondertussen gewerkt aan P&M 155. Wilde allemaal niet zo vlotten als ik dat wou. Soms heb je van die dagen dat je ’s ochtends wakker wordt en eigenlijk meteen al weet: dit gaat ‘m vandaag niet worden. Tikje katterig, na al die drukte nu weer de complete rust. Nou ja, de wind gierde om het huis, het was weer ouderwets koud en het hout in de chaudière wilde eerst voor geen meter branden. De was hing ik buiten op met tintelende vingers van de kou. Onze jongste Smous, Ronja, was dekrijp en het was zaak haar voortdurend in de gaten houden, want ze wou op zoek naar een gewillige reu, dus moest het hek gesloten blijven. Gelukkig had ze veel afleiding aan Tess, de hond van B(r)oer, die op visite kwam en ook loops bleek. Ze hebben vast van elkaar genoten.


Ik ging maar eens buiten wat doen, volgens D. besteed ik 60% van mijn tijd voor een beeldscherm. Vind ik zelf ook niet fijn, maar ja. Ik plantte de frambozen die ik gekregen had van D. en M. en rommelde wat in de tuin. Het is echt een narcissenfeestje, onze tuin. De bollen komen ieder jaar met meer op, dit in tegenstelling tot wat je tegenwoordig koopt en na drie jaar voorgoed verdwenen is. We gingen even dag zeggen bij B(r)oer, die was moe en de kou en de natheid zat. Er is bijna geen voer meer voor de koeien, op de veel te natte weilanden groeit het gras onvoldoende, het stro is op of kost kapitalen.


En dan zit ik te miepen in mijn fleecetrui, bodywarmer en vilten sloffen met genoeg te eten en te drinken en een inmiddels weer gloeiende chaudière, waar ik net de avondmaaltijd op bereid heb. Ok. Klaar met piepen. Strak een Netflixje kijken, voetjes gestrekt op de poef. Morgen is er weer een nieuwe dag! En een zonnige, is ons beloofd.


Ook (een van) mijn boeken lezen? Hier vind je ze!

dinsdag 20 maart 2018

Ongemakkelijke termen




Onze eerste zes weken zitten erop en we gaan naar huis. Naar huis? Naar Nederland. Als je op twee verschillende plekken woont, waar ben je dan thuis?

Ons pied-à-terre in NL kun je op twee manieren bekijken: 1. Het is een piepklein vakantiehuisje, 2. Het is een tiny house. Dat laatste klinkt hip en véél beter dan piepklein. Het is, incl. badkamer, toilet, één slaapkamer en een zitkamer/open keuken ongeveer 40 m2. Inmiddels zijn we erachter dat bij het bewonen van zo’n tiny house één ding heel belangrijk is en dat is kastruimte. Meer is er eigenlijk niet nodig om comfortabel te  wonen (behalve dan in deze immer ijzige temperaturen de verwarming).  Geloof mij, je wordt er helemaal knettergek van als je iedere keer dat je wat wilt pakken eerst iets anders opzij moet zetten. Ook een praktische indeling van de beschikbare ruimte is essentieel. Dat vereist soms enig omdenken. Zo bevindt het serviesgoed zich in een kast in de slaapkamer. Dat klinkt raar, maar als ik dat allemaal in het keukenblokje zet, heb ik nergens plaats voor enige voorraad. En ik heb liever rijst, ketjap, gemberpoeder en aardappels voor het grijpen dan de twee bordjes die we gebruiken tijdens het eten. En zoals gezegd: die bordjes zijn dan dus ongeveer zes stappen weg. Het huisje moet in zijn ultieme praktische indeling alles weghebben van een caravan: alles heeft z’n plek en dat maakt het terugvinden van je spullen ook uiterst overzichtelijk.

In ons huisje passen ook een wasmachine en een droger. De droger staat nu nog onder het afdak, want extra horizontaal oppervlak in de badkamer ( 4 m2) is best prettig. Bovendien was er nog enige tijd sprake van dat we onze kleine afwasmachine daar bovenop zouden zetten. Maar van dat idee ben ik af gestapt. We doen de afwas weer ouderwets met de hand. Als je dat een beetje bijhoudt is dat ook gewoon prima te doen! Ook weer zo’n dingetje waarvan je dacht nooit aan te zullen wennen.

Nu we er een paar dagen zijn en we ons er steeds beter in weten te nestelen, blijkt het een prima oplossing! Goed bed, lekkere luie bank, alles bij de hand en ook qua poetsen zo klaar! Kindjes en vrienden (relatief) dichtbij.  En wat natuurlijk toch ook een prettig vooruitzicht is, is de ruimte die we over een tijdje weer hebben. Dus het lijkt erop dat het kan: je op twee plaatsen thuis voelen. Je moet er alleen over nadenken als je zegt: ‘Ik ga naar huis’, waar je het dan over hebt. Misschien moeten we er een tweede term voor bedenken. Zoals:  ‘We gaan naar Chez Nous.’  En dat is dan duidelijk, toch?


Wat natuurlijk het allerleukst is: het huisje verhuren we als we er zelf niet zijn. Wil je ook eens ervaren hoe (relaxt) het is in zo’n tiny house te wonen? Op www.destolp.com/hetbakhuusje vind je alle informatie. Ook op FB https://www.facebook.com/hetbakhuusje/  


vrijdag 9 maart 2018

Een maand later







We hebben een brievenbus, dus we bestaan. Vandaag heeft Dirk hem geplaatst onder aan ons weggetje. Nu heeft de dagelijkse wandeling Een Doel. Wat ook leuk is van zo’n brievenbus, je kunt je eigen post erin leggen en dan neemt de postbode (die ook op maandag komt) de post mee.  En dan maar hopen dat we gewoon nog eens post krijgen, behalve van de Crédit Agricole, de bank waar we een rekening hebben en Catharine je een bestraffend mailtje stuurt als je een beetje rood staat! Inmiddels heb ik de codes om te telebankieren per brief ontvangen, dus hoeft ze me nu geen mailtjes meer te sturen.



Vorige week zijn we naar de Mairie geweest om ons voor te stellen als (min of meer en voorlopig) nieuwe inwoners van Verneusses. De burgemeester bekeek ons aanvankelijk licht argwanend en deed aldoor heel belangrijk op z’n tamelijk voorwereldlijke mobiel, maar de secretaresse en een andere aanwezige waren heel hartelijk. ‘Problemen met de verwarming?’ vroeg de meneer die wij niet kenden. Hij had de plombier naar ons toe zien rijden. En dan woon je dus behoorlijk afgelegen, denk je.

 We hadden, godbetert, ministroopwafels meegenomen. Ik vond het wel van een héél hoog ‘Ikvertrek’ gehalte maar om nu een Unox rookworst aan te bieden ging ook wat ver en andere lekkernijen uit onze heimweepakketten eten we liever zelf op of vergen teveel uitleg.  Halverwege het gesprek waar hij geen deel aan nam legde de burgemeester zijn mobiel neer, zette zijn tanden in het plastic zakje, scheurde het open en begon de wafeltjes uit te delen. Ze vonden ze erg lekker, zeiden ze.

Op een A4tje schreven we onze namen, geboortedata en andere gegevens. Frankrijk, het land dat Napoleon voortbracht die regelde dat iedereen nu een achternaam heeft, kent geen officieel bevolkingsregister. Zo’n lijstje is meer bedoeld om als er eens iets is alle inwoners te kunnen mobiliseren. We konden ons ook inschrijven voor de Europese verkiezingen, maar omdat die er toch niet zijn binnenkort hebben we daarvan afgezien. We hebben wel een milieupas gekregen, daarmee kunnen we op maar liefst dertien afvalstraten terecht. Heel handig en een heel stuk beter geregeld dan in NL, waar we in Deventer nog maar 100 kilo mogen wegbrengen. 

De burgemeester heeft het nogal eens aan de stok met mijn broer die in de gemeenteraad zit en al zijn leuke plannen het dorp iets van nieuw leven in te blazen of de natuur een handje te helpen ziet stranden op halsstarrig conservatisme. Inmiddels zijn we Monsieur le Maire al een paar keer tegengekomen, want hij woont bij ons ‘in de straat.’ Hij is dan heel vriendelijk. Toch maar weer twee nieuwe inwoners erbij, in het leeglopende dorp.



En verder, tja. Wat kun je ervan zeggen? Al deze dingen maken wel dat we dus niet meer op vakantie zijn in dit huis – voor zover we dat vroeger waren, want ook toen was er altijd wel iets te doen. We zijn naar een andere NL boer in Gâprée geweest om 'Natuurlijk Normandië' te brengen. Hij maakt kaas, héle lekkere Goudse kaas, een 100% Normandisch product.  En daar bleek weer een andere Nederlander te werken die hier met zijn gezin in de buurt woont. Vanmiddag ga ik met een stel Franse vrouwen iets creatiefs doen en ondertussen naar een verhalenvertelster luisteren. Een boeiende combinatie. Zondag is er weer ergens een apéro waar we voor uitgenodigd zijn. Dus met de sociale contacten komt het wel goed.

Natuurlijk missen we onze kinderen en kleinkinderen en mis ik Steekje Loos op woensdagochtend. D. heeft er al een klus op zitten bij B®oer en er is daar, evenals hier, nog genoeg voor hem te doen. Ook ik vermaak me tot op heden prima. Al een paar keer lekker in de tuin aan het werk geweest en dan staat vooral de maat van de tuin me bijzonder aan. Even een paar uur en dan is het klaar! En de rust. Geen herrie. Je hoort heus wel eens verkeer en natuurlijk landbouwmachines, maar het is niet storend.

De eerste, koude en soms nare maand hebben we goed doorstaan. We kijken ernaar uit om vanaf de 16de weer een paar weken in NL te zijn. Om iedereen te zien en te spreken en natuurlijk: te knuffelen.

17 maart om 14.00 uur 's middags presenteren drie Bathmense schrijfsters hun boek(en) in de spiksplinternieuwe bibliotheek! Mieke Zomer ('Dieren, sprekend als mensen'), Babette van Meggelen ('Bijzondere momenten uit mijn theaterleven') en ik vertel over: 'Wat er gebeurt',  'Zeven dagen in juli' en 'Natuurlijk Normandië. Uiteraard bestaat er de mogelijkheid een boek te kopen & dan krijg je de handtekening er gratis bij! 

vrijdag 2 maart 2018

En wat heb je vandaag weer geleerd



We hebben Gaston en Eugenie uitgenodigd voor de zondagse middagmaaltijd en voor de zekerheid B(r)oer en Steph ook. We gaan racletten: dat is kaas in bakjes leggen, in het gourmetstel schuiven, laten smelten en dan uitgieten over in de schil gekookte aardappels. Daarbij serveer je rauwe ham, de kneiterzure Franse cornichons (augurkjes) en misschien nog wat groentetjes (dat weet ik niet zeker, maar ik heb dat maar wel gedaan). Bij de uitnodiging heeft Eugenie aangeboden het toetje te verzorgen. Het is gebruikelijk dat als je ergens wordt uitgenodigd te eten je ofwel een voor- ofwel een nagerecht meeneemt. En doorgaans ook een fles wijn. Een zeer prettig gebruik, naar mijn mening, het scheelt een hoop werk (en drank)! S. neemt het voorgerecht mee, geraspte wortel met walnoten. Is lekkerder dan het klinkt.

De visite komt en dan gaan we eerst een uurtje aan het apéro. Lekkere hapjes en drankjes naar keuze en ook bakjes pinda’s en andere nootjes, natuurlijk de in dunne plakjes gesneden droge worst, tot zover alles prima.

Vervolgens gaan we aan tafel. Bij de maaltijd wordt naar believen rode of witte wijn en water geschonken, gelukkig hebben we dat in ruime mate op voorraad. Het gesprek verloopt geanimeerd, iedereen eet met smaak, de rookmelder gaat af omdat het soms wel even heel hard gaat op die gourmetplaat (daarop worden uien, rauwe ham en paprika gebakken). Nu zit je best snel vol van zo’n vette hap en dan volgt daarna ook nog de stevige chocolademousse van Eugenie. B(r)oer doceert dat daar eigenlijk een paar dunne, kleine koekjes bij geserveerd horen. Die had Eugenie zelf mee moeten nemen, omdat zij het toetje verzorgt, maar zij had ze niet in huis en wij ook niet. Dus hier treft ons geen blaam. Maar verder wordt het wel even lastig. Want wat voor drankje serveren we bij het toetje? We denken pommeau, de zoete Normandische appelport. Oef, dat is helemaal fout, pommeau is een apéritief, geen drankje voor bij het dessert. Daar hoort iets luchtigs met bubbels bij. Gelukkig hebben we nog een fles Crémant de Limoux in de kast, perfect op temperatuur. Juichend wordt de fles geopend. Die in je mond knappende belletjes smaken inderdaad heerlijk bij de mousse. Hierna volgt de koffie, en daar mag dan weer een glaasje (maar dan ook eigenlijk maar een paar drupjes) Calvados bij. We vragen wat het woord ‘inburgeren’ in het Frans is. ’s Intégrer lijkt er het meest in de buurt te komen.

Zo tegen half vijf zit de maaltijd erop. Iedereen lijkt tevreden en voldaan en vertrekt zwaaiend. De rest van het toetje mogen we houden, de schaal komt wel een keer. Ik ga een half uurtje lopen, de boel laten zakken. De honden hebben de reebok van laatst nu wel in de gaten en vliegen er met een nooit eerder geziene snelheid achteraan. In de verte hoor ik een paar doffe knallen. De honden komen terug. Ze hijgen niet eens. Weer thuis drink ik een lekker kopje Pittig Lekker. Of dat Frans is weet ik niet, maar integreren, prima, met behoud van eigen thee. En beschuit. En muntdrop. En zo nog wat dingen. Want volledig integreren is een illusie, maar daarover een volgende keer meer.





donderdag 22 februari 2018

Naar de dokter








Manlief voelt zich helemaal niet goed. Al sinds we hier zijn heeft hij last van z’n darmen en nu lijkt het allemaal wel helemaal niet meer te werken. We zoeken een huisarts op en hij maakt een afspraak voor vrijdagmiddag. Maar de situatie wordt slechter, dus gaan we twee dagen eerder naar het spreekuur. Keurig zitten we op onze beurt te wachten, net als vroeger lezen we al lang uitgelezen tijdschriften.

De van huis uit Roemeense huisarts neemt uitgebreid de tijd voor vragen en onderzoek. We komen er redelijk uit. Ze zegt dat de normale gang van zaken is dat op dit soort klachten een endoscopie de standaard vervolgprocedure is. Ze schrijft een brief en geeft ons een lijstje medicijnen mee die de boel weer op gang moeten brengen. Vervolgens krijgen we een lijst van vier pagina’s mee voor bloed- en urineafname. We betalen 25 euro en dan gaan we naar de Pharmacie in het volgende dorp.

Donderdagochtend melden we ons bij de infirmière om bloed te prikken. De infirmerie in Frankrijk is een soort wijkverpleegkundige prikpost. Er wordt ook gezwachteld, naar spataderen gekeken, uitgebreid gebabbeld met de bekende patiënten en er wordt bloed geprikt. Bij de apotheek moet een speciaal potje voor de urine opgehaald worden. Dat mag niet zomaar in een lege jampot, zoals wij die hadden meegenomen.

De uitslag kunnen we zaterdagmiddag ophalen bij de Pharmacie en dan moeten we daarmee weer naar de huisarts, dus dat gaat snel. Maar wat niet snel gaat, is enige verbetering in de situatie. Het wordt alleen maar erger. Na (weer) een doorwaakte nacht besluiten we zaterdagochtend naar de Eerste hulp in l’Aigle te gaan. Ik bel S. wat wijsheid is, omdat we de uitslag van die onderzoeken nog niet hebben. Even later belt hij terug om te vertellen dat Steph met ons meegaat. Eerst rijden we langs de Pharmacie om te vragen of de uitslagen er al zijn. Die zijn er niet, maar de apotheker laat zich de uitslagen doorfaxen en dan kunnen we ze meenemen. Hij heeft ze even doorgebladerd en niet echt iets verontrustends gezien. Dat is dan om te beginnen al enige opluchting, want iedereen snapt dat je dergelijke klachten van een 64-jarige man toch snel in de kankerhoek zoekt, hoe graag je dat ook niet zou willen…Bovendien zegt de apotheker dat we naar Lisieux moeten, daar is het beter.

Het is een prachtige dag, de lucht is strakblauw, de kale boomtoppen lijken al iets te verkleuren vanwege hun uitbottende knoppen.

In het ziekenhuis gaat het redelijk gesmeerd, maar ja, je bent natuurlijk niet meteen aan de beurt. D. krijgt een armbandje om en moet plaatsnemen op een bed. We wachten in dezelfde gang als waar de ambulances aankomen en de patiënten op brancards naar binnen gerold worden. Ik probeer er zo min mogelijk naar te kijken en m’n oren af te sluiten voor gerochel, gekokhals en andere nare geluiden die uit allerlei bedden die her en der in de ruimte geparkeerd staan op stijgen. Op enig moment worden D’s bloeddruk en temperatuur opgemeten en dan wordt hij meegenomen.

Steph en ik zitten eerst in het ziekenhuiscafé en daarna gaan we de stad in. Lisieux heeft een leuk centrum, maar heeft zichtbaar geleden onder D-day en de weken daarna. Prachtige oude huizen staan ingeklemd tussen fantasieloze jaren '50 en '60 bouw. De kerken en kathedralen zijn er wel vrij ongeschonden uit gekomen.  D. belt dat er een foto gemaakt wordt van z’n buik. Als we terug in het ziekenhuis zijn is hij op het toilet. Het duurt een hele tijd, maar tenslotte komt hij bijna dansend naar buiten. Een klysma heeft zijn lichaam van een héleboel overbodige ballast bevrijd. En er is zo te zien eigenlijk niks aan de hand, de ‘verstopping’ wordt geweten aan een ander voedselpatroon en de verhuizing. De kordate arts schudt ons de hand en complimenteert ons met ons goede Frans.  We stappen het zonlicht in, wat een opluchting! De nodige doemscenario’s waren natuurlijk al voorbijgekomen, maar voorlopig lijkt alles te kunnen blijven zoals het is. Opnieuw langs de Pharmacie voor weer een kleine kruiwagen vol medicatie. Dat moet voorlopig even doorgezet worden. De andere poeders mogen in de opslag.

Dinsdagmiddag gaat Dirk met de uitslagen naar de huisarts, die wederom zéér uitgebreid de tijd voor hem neemt. Ze houdt niet op hem te vertellen wat voor voortreffelijke conditie hij heeft voor een man van zijn leeftijd. En dat hij bloed moet geven, omdat hij teveel rode bloedlichaampjes heeft omdat hij zo hard werkt! Zelfs z’n cholesterolgehalte is prima. Nu nog even de medicatie afbouwen en kijken hoe dat gaat.  

Was het hem niet zo in z’n rug geschoten, dan was hij enthousiast uit de auto gesprongen om mij het goede nieuws te vertellen. Nu komt hij er nogal komisch uit gestrompeld. Maar wel blij. En die rug gaat ook wel weer over.


UPDATE Het gaat weer helemaal goed met hem hoor! 









woensdag 14 februari 2018

Apéro


Mathilde staat onverwacht op de stoep. B(r)oer en schoonzus hebben haar uitgenodigd mee te gaan  op het apéro dat we bij ons hadden afgesproken. We zijn altijd blij haar te zien, ze is hartelijk en zoent je altijd heel gemeend stevig op twee wangen. Ze is net terug uit Cannes. ‘Ik weet niet of S. het verteld heeft, maar mijn moeder is overleden, begin januari.’ Dat wisten we niet. Hoewel ze hier gecremeerd is, zal er eind april een bijzetting in het familiegraf plaatsvinden. Daar moet natuurlijk bij gegeten en gedronken worden, dus dat soort dingen heeft ze allemaal ter plaatse geregeld.

Mathilde heeft haar moeder, met wie ze twintig jaar scheelt, een jaar of zes geleden uit het warme zuiden opgehaald en haar in een verzorgingstehuis in Le Sap ondergebracht. Ze bezocht haar regelmatig en iedere zondag ging ze haar ophalen om iets leuks te gaan doen. Dat was een hele opgave, want Mathildes moeder was niet makkelijk. Ze verweet het haar dochter haar naar het kille noorden gehaald te hebben, ze vond haar een slechte moeder van haar enige zoon, ze verweet haar eigenlijk ongeveer alles wat een moeder een dochter maar meent te kunnen verwijten. Soms waren we erbij en zagen hoe het oude kreng haar dochter kwetste met afgemeten, nare opmerkingen. Gaandeweg verloor ze de greep op de werkelijkheid en werd ze stiller, milder. Bijna menselijk.


In de eerste week van januari was ze ziek geworden. Met flapperende handen beschrijft Mathilde uit welke lichaamsopeningen alles kwam. En dat ze haar steeds moest verschonen. Ze vertelt het zoals ze het vast al vaker verteld heeft, tot er plotseling een zinnetje uit haar mond rolt. “Maman m’a dit: ze zei: ‘wat heb je toch goed voor me gezorgd.’ "Dat is de enige keer dat ze ooit zoiets tegen me gezegd heeft. We konden niet zo goed met elkaar opschieten, weet je?” Mathildes ogen vullen zich met tranen. Dan sterft je moeder op hoge leeftijd en ben je zelf ook echt niet piep meer en dan is er nog die wens én het verdriet, om erkenning. Zelfs nu lijkt Mathilde eenzamer dan toen ze nog een moeder had. Dinsdag zullen we bij haar bij haar op de koffie gaan, na de markt. Want kort daarna gaat ze drie weken kuren in de Pyreneeën, om herboren terug te keren. Ik hoop het maar.


zaterdag 10 februari 2018

Winkeltje spelen







Op zaterdagochtend is ‘la Quincaille Rit’ in Villers-en Ouche geopend van 9 – 12 uur. Deze op vrijwilligers draaiende coöperatieve winkel bevindt zich in het voormalige pand van een quincaillerie.
Een quincaillerie, officiëel ijzerhandel, is een soort winkel van Sinkel zoals je ze nog in vele Franse dorpen tegenkomt. Er is van alles te koop, van theeserviezen tot stopcontacten, van kaarsen tot schroeven, bouten en moeren. Deze laatsten overigens nooit in de maat die jij nodig hebt. De eigenares van de quincaillerie ging met pensioen en weer stond er een winkelpand leeg in het dorp. Een tijdje waren er in de etalage nog de creaties te zien van een zichzelf kunstenaar noemende bohémien, die altijd op blote voeten liep en bij iedereen alle drank opzoop. Gelukkig was hij op een dag verdwenen en toen kwam mijn schoonzus met het idealistische idee hier een gemeenschappelijk bedrijfje te vestigen. In de winkel worden biologische producten uit de hele wereld maar bij voorkeur dichtbij verkocht. Het doel is mensen uit les grandes surfaces, de grote supermarkten, te houden. Dat lukt natuurlijk niet helemaal maar het aanbod in de Quincaille Rit (te vertalen als: de buitenbeentjes lachen) is best gevarieerd. In de praktijk blijkt het beheren van zo’n winkel een enorme klus, de inkoop, de administratie, het rond krijgen van de roosters, maar tegelijkertijd is het op zaterdagochtend ook een gezellige drukte, drinkt men koffie met elkaar en kunnen ook de hoogbejaarden uit het dorp zelf komen winkelen en verse groenten en eieren kopen. Inmiddels heeft zich ook een brocante winkel gevestigd in het grote pand en kun je dus ook voor mooie meubels, servies en glazen terecht. Omdat de winkel onverwarmd is, zijn pogingen om zaken als een handwerkclub of iets voor kinderen op te zetten nog niet echt van de grond gekomen.

Vanmorgen had ik dienst met B(r)oer en er kwamen nog een paar vrouwen helpen een grote order op en in te ruimen. Muizen hadden zich vergrepen aan zeker twaalf zakjes thee, overal zat een klein gaatje in. De kast waarin de thee zich bevond was de enige zonder achterwand: alle andere voorraad zit in hermetisch afgesloten kasten en kisten. Maar gezien de geringe winstmarge op de artikelen, 10 – 15%, is zoiets wel meteen een flinke schadepost. Deze week komt er dus een achterwand in die kast. Het was verder gezellig druk en niemand heeft haast op zo’n zonnige, ijskoude zaterdagochtend. Er was koffie en warme chocolademelk en iedereen genoot van een stukje Deventer reepkoek uit het heimweepakket. En dat is natuurlijk precies waar het voor bedoeld was. 



dinsdag 6 februari 2018

Sneeuw



Hij is geweest, de loodgieter. Een jonge, vriendelijke man die, niet gehinderd door enige compassie met D.'s nog wat onbeholpen Frans, in stevig tempo uiteenzette wat er moet gebeuren om de zaak weer efficiënt aan de gang te krijgen. Er moet een nieuw, groter drukvat? Het systeem is te groot voor het vat dat er nu (overigens al járen) hangt? Binnen twee weken komt hij terug met de benodigde materialen. 


Ik was er niet bij maar ik geloof hem op zijn blauwe ogen. En ondertussen sleep ik kruiwagens vol hout door de sneeuw naar binnen en moet de keukendeur naar de gang zo nu en dan open om de temperatuur iets te laten zakken. Hout stoken doen we sowieso want een gastank vulling loopt al snel tegen de 2000 euro en daar zitten we nog even niet op te wachten. Het is merkwaardig hoe belangrijk warmte blijkt te zijn als het niet met een druk op een knop te realiseren is. Het is gewoon het belangrijkste gegeven, iedere dag weer.

We zijn vanmorgen niet naar de markt geweest, ik denk zo ongeveer voor het eerst dat we in Normandië komen. Het sneeuwde en we voorzagen weinig activiteit aldaar en dan, volgende week is er weer markt. Dus de halve dag bezig geweest met P&M, het wordt een prachtig nummer, er is mooie kopij en er komt nog veel meer. Ik zal zelfs flink moeten doorschuiven, hoe heerlijk is dat! D. was in zijn nieuwe mancave bezig met Herberg het Gouden Anker, ook voor P&M. Met z'n tweeën zijn we een echt familiebedrijfje.



De honden spetterden in het rond in de sneeuw maar krijgen wel snel koude voetjes. Ze hadden de vorige keer dat we hier waren klachten over hun nachtverblijf, de eerste paar nachten kon ik er drie keer uit omdat er gemopper en gejank was. Toen heb ik de grote mand van zolder gehaald, een dikke fleecedeken op de koude tegels, daar de mand bovenop, daar nog een deken in, en toen hun twee zachte mandjes. En nu is het helemaal goed, de dames zijn tevreden.


We hebben onze smartTV meegenomen en kunnen probleemloos tv kijken. Gisteren de Luizenmoeder en een aflevering van de tweede serie van De Crown: blijft geweldig, ook met Franse ondertiteling. En sommige films zijn dan opeens weer wel NL ondertiteld én het aanbod is uitgebreider dan in NL.