zaterdag 15 december 2018

Le Champignon d'Orbec




We hebben ons ingeschreven voor een rondleiding door de grotten van Orbec, waar de beroemde Champignons d’Orbec geteeld worden. Iedere dinsdag zien wij een kwieke vrouw op de markt in L’Aigle paddenstoelen verkopen en bijna altijd sluiten wij aan in de rij. Ze verkoopt met een vrolijke lach en trefzekere gebaren Champignons de Paris, wit en met bruine kappen (die wij kastanjechampignons noemen), pleurots  (oesterzwammen) in de kleuren grijs, geel en roze en shiitakes. Al dit moois wordt dus verbouwd in de ruim 800 m2 grot die we vanmiddag na betaling van 5 euro p.p.  mogen bezoeken.

Tot onze verbazing is het een grote groep, wel zo’n 60 mensen die ademloos luistert als de ‘Champignoniste’ zijn verhaal begint. En hij heeft een heel verhaal te vertellen, als één van de nog ongeveer tien overgebleven grot - champignonkwekers in het land. Samen met zijn vrouw en een stuk of zes ‘plukkers’ beheert hij zijn kwekerij. Zij staat op een stuk of zeven markten per week, hij regelt de logistiek en alle noodzakelijke voorwaarden. En plukt als dat nodig is. In de grot heerst een temperatuur van rond de 13 graden, kan een graadje meer of minder zijn. De lucht erin wordt voortdurend met gebruikmaking van de natuurlijke buitenlucht gecirculeerd. Hij zal het een paar keer zeggen: ‘C’est un choix.’ Het is een keuze. Hij kiest ervoor om zijn paddenstoelen aan de (licht) wisselende grottemperaturen bloot te stellen, hij kiest voor deze soorten paddenstoelen omdat het met drie soorten al ingewikkeld genoeg is. Hij kiest ervoor een mooi product te leveren, een product waar hij trots op is. Natuurlijk komt de onvermijdelijke vraag uit het gemêleerde publiek: teelt hij biologisch? Nu schieten zijn ogen vuur en hij zet z’n voeten stevig op de grond. Omdat er alleen ergens in Roemenië biologisch stro te vinden is (in Frankrijk zelf is daar te weinig van voorhanden en het wordt ook door de bedrijven die het produceren weer gebruikt), dit stro dan bewerkt moet worden, daar, en vervolgens in vrachtwagens naar Normandië vervoerd moet worden. Dan gaan ze in silo’s waar het klimaat ook nog eens elektronisch geregeld wordt én worden ze verpakt in plastic doosjes verspreid over heel Frankrijk. Dat laat wel een erg grote CO2 afdruk achter, niet? Wat is er dan nog bio aan?  En bovendien, zijn champignons worden zonder bestrijdingsmiddelen of insecticiden geteeld. Dat is ook helemaal niet nodig, als je het goed doet. Nou, daar wast hij sommige aanwezigen wel een beetje de oren mee! Hij wijst ons op stukken plastic met een lijmlaagje waar fruitvliegjes mee gevangen worden. Hoe eerlijk kun je zijn.

Onze volgende stop is een stukje grot dat is ingericht met wat oude meubels en gebruiksvoorwerpen. In de tweede wereldoorlog bood de grot onderdak aan refugées en woonden er honderden mensen. Dat zorgde even voor een kink in de lange kabel van champignonkwekers: het bedrijf is al sinds de jaren ’30 op die plek gevestigd. Hij wijst ons ook nog op het plafond van de grot: de smalle inkepingen die toen hoe de grot in vroeger tijden werd gebruikt om kalk te winnen: met beitels en ander klein gereedschap, al dat stof….


En dan komen we bij de tafels vol Champignons de Paris, eigenlijk ooit ontstaan onder Louis XIV als Champignons de Versailles, toen verhuisd naar Parijs en nadat de metro daar zijn intrede deed in de  grotten weer verplaatst naar Saumur. Dat hoort nu ook bij dit bedrijf. Inmiddels zijn er natuurlijk vragen gesteld over de juiste bereidingsmethoden van al dit lekkers, on est en France! Eigenlijk moet je ze alleen maar bakken in roomboter met een beetje zout, alle toevoegingen ontnemen smaak aan de champignon. We leren dat we Shiitakes echt niet rauw moeten eten, dat kan bij de andere soorten wel.  We kunnen er erg ziek van worden, spugen en diarree, grote rode plekken jeukende uitslag van krijgen, maar, allemaal niet dodelijk ofzo, als je die shiitakes maar gewoon goed klaarmaakt. We leren ook dat er dagelijks, zes dagen in de week, ongeveer zes uur geplukt wordt. Wat een klus, in het kille schemerdonker, mij niet gezien. Dan moet het toch wel je passie zijn. Maar dat er in de zomer een stop is: dan eten mensen geen paddenstoelen én het is ook lastig bij warmer weer een goede oogst te realiseren. Dus dan zijn ze een paar weken vrij, deze harde werkers.




Uiteraard is er nog véél meer te vertellen, want zo’n Franse rondleiding is immer grondig en duurt minimaal anderhalf uur. Zoals altijd verbaast ons het geduld van de ook aanwezige jonge kinderen. Ok, ze beginnen wel wat te matten met elkaar, maar niet storend voor de rest. Maar ik wou het hierbij maar bij laten, je kunt natuurlijk altijd zelf gaan kijken!

Inmiddels is de vrouw des huizes weer terug uit Rouen, waar ze iedere zondagochtend op de markt staat nadat er eerst om vijf uur ’s ochtends nog verse champignons geplukt zijn. Immer blijmoedig verkoopt ze ook nu weer kilo’s aan het geïmponeerde publiek. Ik neem een pondje mee en maak ze in. Dinsdag op de markt in L’Aigle nog maar een paar kilootjes extra halen!

Je kunt de grot in het najaar iedere eerste zondag van de maand bezoeken op afspraak. Op vrijdag kun je er tussen 14 – 16 uur paddenstoelen kopen, verder op diverse markten in de regio.

Rue Saint-Rémi
14290 La Vespière, Basse-Normandie, France

Highlights info row image0033 6 73 59 51 17  lechampignondorbec@gmail.com

 

Recept voor een hapje bij de apéro:  1 kg champignons, 3 dl water, 1dl azijn, bruine suiker naar smaak, 5 tenen knoflook, twee sjalotten, minimaal 2 dl olijfolie, zout, peper, herbes de provence of andere kruiden naar smaak. Een paar schone potten met vacuumdeksels.

Kook de champignons 10 minuten (kleintjes heel laten) in het water met 1dl azijn (en eventueel suiker als je minder zure champignons wilt), zout, peper en de kruiden. Pel de tenen knoflook en snijd ze doormidden, pel de sjalotjes en snij ze in schijfjes. Verdeel de helft van de sjalotjes en knoflook over de potten. Giet de champignons af en bewaar het vocht. Stapel de champignons op in de potten en verdeel de andere helft van de sjalotjes en knoflook. Vul de potten met het kookvocht, strooi er nog wat kruiden over en giet er tenslotte de olie over. Draai de potten goed dicht en bewaar ze op hun kop. Een week laten staan voor je ze opeet.  Binnen acht weken opeten met een cocktailprikkertje!
 Dit hoofdstuk staat NIET in mijn anders dan andere reisgidsen 'Natuurlijk Normandië' , te koop bij de lokale boekhandel en hier: 




zondag 9 december 2018

De trein is op tijd



Parijs, Gare du Nord, vrijdag 7 december rond de middag. Ik ga tot zaterdagavond op stap met jongste dochter, o.a. de Kerstmarkt in Lille bezoeken. Zij komt uit NL met de auto, ik reis per trein.


 Het station is uitbundig versierd, in een waterval van licht staan een paar hertjes mooi te zijn. Als ik bij La Place een croissantje koop voel ik iemand naast me zacht aan mijn mouw plukken. Ik zie een uitgestrekte vuile hand met een paar muntjes. Met zijn andere hand wijst een jonge man met een gezicht waarvan de wanhoop afdruipt naar de Pépito’s. Ik doe het nooit, maar nu koop ik voor hem zo’n voedzaam broodje. Voor ik me zou kunnen bedenken grist hij het uit mijn hand. Even later komt er iemand naast me staan. Een keurig geklede jonge man, die me, als hij doorheeft dat ik zijn Frans niet zo snel versta, me beleefd in het Engels vraagt om een euro voor een sandwich. ‘Ik was niet van plan de hele Gard du Nord van een broodje te voorzien’,antwoord ik kribbig maar ik geef hem een euro. Hij bedankt me vriendelijk. De rest van de tijd wacht ik in de Étoile de Gard du Nord. Daar word je binnengelaten door een portier. Allemaal nette mensen.


In Lille moet ik me door een cordon ME, dat een groep lauw protesterende studenten in bedwang houdt, heen worstelen. Het is verschrikkelijk slecht weer, desondanks hebben de studenten er de stemming in. Er wordt veel gelachen en wat gejoeld. Verderop loopt een groepje vervaarlijk uitziende gilets jaunes me tegemoet. Die gaan er duidelijk niet heen om te moppen te tappen. Die middag vermaken jongste dochter en ik ons op de Kerstmarkt (hoewel we er daarvoor bij nader inzien niet speciaal voor naartoe hadden hoeven gaan, zeker niet als je toch niet in het reuzenrad durft) en in het centrum. ’s Avonds horen we een hoop geschreeuw en gegil van sirenes. 



We hebben besloten het niet op te zoeken en gaan zaterdagochtend na uitgecheckt te hebben naar Lens, naar het Louvre-Lens. Dit fraaie museum heb ik kort na de opening bezocht en daar kun je best weer heen, want de tijdlijn expositie wordt regelmatig gedeeltelijk gewisseld en er is altijd een extra expositie. Het is even zoeken naar een parkeerplaats, in die zin, het museum verwacht zoveel bezoekers dat er ook heel veel parkeerplaatsen zijn, maar vind er maar eens een in de buurt van het museum. We moeten nog tien minuten lopen over een voormalig werkspoor. Na de onvermijdelijke controle (en het tijdelijk innemen van mijn zakmesje, dom natuurlijk) mogen we naar binnen. Het is rustig in het museum, heerlijk. Er is veel, maar niet teveel te zien, de koffie is lekker, het broodje tussen de middag ook. Ook leuk is dat alle teksten in het Frans, Engels en Nederlands zijn. Worden wij ook eens serieus genomen.  Tenslotte bekijken we de expositie ‘L’Amour,’ de liefde. Bijzonder opgezet als een boek met hoofdstukken en de bladzijden geven boeiende stof tot overdenking. Natuurlijk hoort bij de liefde ook de lichamelijk liefde – bij dat hoofdstuk worden we gewaarschuwd voor ‘bepaalde gevoeligheden die kunnen kwetsen.’ Je moet er zelfs een paar dekseltjes voor open doen om te zien wat er onder ligt: piepkleine porno. Wij moeten er vooral om lachen.

We hadden besloten dat ik in Lens op de trein stap naar Lille Flandres, dan hoeven we niet meer de stad in. In de trein reis ik door het mistroostige landschap van de voormalige mijnstreek. Ik zie weinig om blij van te worden. Veel leegstand, rotzooi, oude auto’s. Nu geeft een natte decembernamiddag eigenlijk nergens veel kleur aan, dus die indruk mag je laten voor wat hij is.

In Lille is het heel druk op het station, er zijn vooral veel mensen die niet met de trein gaan. Geen gilet jaunes, die zijn ergens buiten aan het demonstreren. Dochter is de Nederlandse grens al over als ik in de trein naar Parijs stap. Ik zie er een beetje tegenop: ik heb een hele zware koffer met spullen die zij voor me meegebracht heeft, eigen schuld natuurlijk maar mijn voorgevoel wordt bewaarheid: veel metrostations zijn gesloten en roltrappen doen het niet. Volgepakte metro’s rijden gelukkig af en aan. Ik moet een omweg nemen en bij Pigalle kom je dan buiten. Daar is een hoop rumoer en geschreeuw op straat, maar geen gilets jaunes. Wat is er veel boosheid onder de mensen. Er zijn er ook zo verschrikkelijk veel. Van binnenuit kun je niet in Gare St Lazare komen. De boulevard Hausmann is afgesloten en aan weerskanten kleuren de zwaailichten de gebouwen blauw en oranje. Bij de ingang van het station staan tientallen tot op de tanden toe gewapende politieagenten. 

Ze staan er overigens ontspannen bij, het lijkt erop dat hun dienst er zo’n beetje opzit. Het is dan tegen 20.00 uur. Gelukkig vind ik een zitplaats want mijn trein gaat pas om kwart voor 9. Een groepje opgefokte mannen hangt daar ook rond. Eentje steekt een sigaret op en kijkt het wegkijkende publiek aan van ‘zeg er eens wat van.’ Niemand doet dat. Maar verder gebeurt er niks bijzonders, de trein komt en rijdt nagenoeg leeg richting Caen. Keurig op tijd stap ik uit in Bernay, opgewacht door D. Op de rotonde ten zuiden van Bernay zijn de barricades open en zitten er mensen gezellig bij elkaar in een provisorisch gebouwde tent. Vuurtjes branden in oliedrums. Het heeft iets weg van een Afrikaanse of Zuidamerikaanse nederzetting. En eigenlijk niets van een Europees land als Frankrijk, op 8 december 2018.





dinsdag 4 december 2018

Boos





Frankrijk is boos. Een deel is boos in het algemeen, over de brandstofprijzen, de werkloosheid, het uithollen van voorzieningen. Dat deel demonstreert op rotondes, bij de raffinaderijen in Nantes en bij tolpoorten. Ze kunnen dat ook doordeweeks doen want ze hebben toch geen werk. Een ander deel is het voor een belangrijk deel met de protesten eens en toont dat door het in de auto zichtbaar neerleggen van een geel vestje. Deze mensen brengen koffie en koeken naar de demonstranten. Nog een deel probeert niet te hard te mopperen als het oponthoud wat erg lang duurt. Was er veertien dagen geleden onder de bevolking nog aarzeling, terughoudendheid: nu heeft iedereen een mening. 

Het grootste deel van weldenkend Frankrijk is ook boos op de relschoppers die grote vernielingen in Parijs aanrichtten, het afgelopen weekend. Zelfs de Arc de Triomphe en het Graf van de onbekende soldaat werden bevlekt en bespoten met graffiti. Dat is een brug te ver. Dit zijn ook niet de toch over het algemeen vreedzame Gele Vestjes. Dit zijn professionele reltrappers uit een heel andere hoek, wordt er gezegd. Van die stijf van de testosteron staande types die bij iedere demonstratie komen opdraven om eens lekker te matten.

Overleg met de ongeorganiseerde Gele Vestjes is vooralsnog onmogelijk. Ze worden vanuit eigen gelederen bedreigd als ze met de Vijand praten. Dus dat maakt het komen tot een oplossing moeilijk. Zo niet onmogelijk. De PM heeft nu gezegd dat de volgende extra belasting op brandstof die per 1 januari in zou gaan, nu zes maanden wordt uitgesteld. Dit lijkt de massa onvoldoende. Het gaat hier om 4 – 6 cent per liter. In januari 2018 is met name de diesel zeker 18 – 23 cent per liter duurder geworden.

Als je nu weet dat veel van Frankrijk op het platteland ligt, daar nagenoeg nergens openbaar vervoer is en men voor scholen, winkels, hospitalen en andere (para)medische voorzieningen dagelijks tientalen kilometers per auto (diesel, dus vooral) aflegt, dan begrijp je dat dat na ruim tien maanden nu echt wel merkbaar wordt in de portemonnee. En veel mensen hebben al niet veel geld. De werkelozen, jong en oud, de gepensioneerden – ze hangen met hun vingertoppen aan de rand van de afgrond.

Veel is ook heel goed geregeld in Frankrijk. Vooral ouderdomsvoorzieningen zijn grotendeels gratis, eigen bijdrages zijn laag. Ik ben bij iemand op bezoek geweest die voor zijn oude moeder zorgde: een spiksplinternieuwe rollator, twee types rolstoelen, een postoel en nog wat andere hulpmiddelen stonden werkeloos in de schuur. Ze waren niet meer nodig nu moeder volledig bedlegerig was geworden, maar ze werden ook niet teruggenomen. Je kunt naar de muziekschool voor 138 euro per jaar en dan krijg je wekelijks les en kun je meedoen aan workshops en optredens. De bibliotheek kost 12 euro per jaar en dan mag je lenen wat je wilt. Je kunt de postbode inhuren om bij haar dagelijkse rondgang even bij je te komen kijken. De kinderbijslag is hoog, het onderwijs gratis en er zijn veel beurzen – voor een opleiding hoeft geen geld geleend te worden. En zo zijn er vast nog meer voorbeelden van overheidszorg die ik niet ken.

Maar ja. Gezond ogende jonge mensen schreeuwen voor de camera dat ze ‘niets, niets’ hebben. De protesten zullen nog worden uitgebreid. Scholieren, transporteurs en ook de boeren gaan zich mengen in de strijd. Het golft en borrelt in de Franse samenleving. Het polariseert. Je ontkomt niet echt meer aan het niet hebben van een mening over de hele toestand, er wordt naar gevraagd. Het is angstaanjagend als je bij de benzinepomp komt en er is geen diesel, of je moet een uur in de rij staan en dan mag je nog steeds niet voor meer dan 30 euro tanken. Wij tankten dus vol bij een lokale pomp, die zeker 20 cent duurder per liter is dan de super. En we waren niet de enigen. Wel gaan we onmiddellijk echt nadenken over wanneer we de auto nemen, rijden keurig 80 km per uur en slaan voor veertien dagen eten en drinken in. Die slag heeft het klimaat dan gewonnen, dat is dan toch een stap in de goede richting….


Zaterdag zijn er ook nog ‘Marsen voor het klimaat’ in heel Frankrijk. Ik vroeg of men daar op de fiets naartoe gaat.  Nee, maar wel met z’n vijven in de auto. Mij lijkt thuisblijven een betere optie. Want wat heeft zo’n mars voor zin? We gebruiken allemaal brandstof en stroom, voor werk én privé. Zetten we de koelkast, vriezer en afwasmachine uit? Zetten we weer paarden voor de koets? Onze aanwezigheid is de grootste bedreiging van het klimaat.

Maar ja, we zijn er nu eenmaal. En we willen – en moeten - ons verplaatsen. En dat gaat nog steeds niet op water en lucht. Er wordt geroepen over de BTW-vrije  kerosine. Hoe oneerlijk dat is. Goed, dan gaan we dat regelen, want het is ook nog eens goed voor het milieu. Vervolgens stort de hele luchtvaart in. Geen goedkope reisjes meer naar Spanje en de Dominicaanse Republiek. Daar geen werkgelegenheid meer als er geen toeristen komen. Geen aanvoer van voedsel meer nodig, geen schoonmaaksters, geen bedienend personeel. Resorts en vliegvelden sluiten. Piloten en stewardessen staan op straat.

Er zijn geen simpele oplossingen voor dit mondiale, complexe probleem zonder dat er offers gebracht worden. Het zijn alleen niet de Gele Vestjes die die offers moeten brengen. Een president die een peperduur nieuw servies laat aanrukken en een dagelijkse schoonheidsbehandeling ondergaat op kosten van de staat, een minister die moppert dat je in Parijs niet onder de 200 euro voor een lunch terecht kunt (en dan zonder wijn!). Geef het volk brioches als er geen brood is.  Haal het geld waar het is, bij de mensen die meer hebben dan ze ooit kunnen opmaken. En daar zijn er veel van, niet alleen in Frankrijk, maar overal. Dat zal niet gebeuren. En daarom is dit nog niet afgelopen. Ik hou u op de hoogte. 

vrijdag 30 november 2018

November



We hebben de postbode te weinig fooi gegeven. Ze kwam naar ons toerijden over de Eigen Weg (de Impasse eindigt bij de brievenbus onderaan de helling) met een pakketje voor D.  van zijn favoriete webwinkel en een kalender voor 2019. We wisten niet zo gauw wat de bedoeling was en hadden ook nauwelijks contant geld in huis, dus we gaven alles wat we hadden. Daarna voor de zekerheid even B(r)oer gebeld, 5 euro was niet genoeg, we hadden een tientje moeten geven. Nu morgen maar even snel naar de muur, want de vuilnismannen en de brandweer komen ook nog. Aan kalenders voor 2019 geen gebrek….Die van La Poste is voorzien van recepten en moppen. Vooral dat laatste vinden we erg grappig. ‘Kan ik die jurk in de etalage passen?’ ‘Wilt u niet liever in een pashokje?’ Dat niveau. Voor ons buitenlanders in ieder geval best te begrijpen. Het recept van een crème brulée van witlof is aan mij niet besteed. Sommige dingen moet je niet willen.  Pizzapannenkoeken, hartige muffins, met blauwe kaas gevulde soesjes: nee.

En verder is het nu echt november. Een staartje orkaan gierde om het huis. Vanmiddag trok ik er op uit met de honden en vond zomaar een nieuwe rondwandeling. Dat kwam vooral ook omdat ik niet dezelfde weg terug durfde omdat er opeens een brullende stier in een weiland aan kwam rennen en ik er niet van overtuigd ben dat het schrikdraad rond B(r)oers land overal onder voldoende stroom staat. En ik draag een rood windjack. Dus moest ik een kaal stuk prairie overbruggen met rechts mosterd (dat lijkt op koolzaad maar het bloeit nu) en links graan, naar het dorp.  Van daaruit vond ik een nieuwe route terug. De honden genoten. Moeiteloos liggen ze uren voor de kachel en zijn dan zonder ons niet naar buiten te krijgen, maar als er gewandeld wordt staan ze vooraan.

Zondag maakten we met een deel van de familie na de lunch een wandeling door een uitgestrekt bosgebied in de buurt van Falaise. Daar werden we gehinderd door jagers en moesten terugkeren. M. mopperde dat ze borden hadden moeten neerzetten met ‘Chasse en cours.’ Dat jagers in Frankrijk veel te veel macht hebben. Ik houd me meestal wat op de vlakte bij dit soort allochtone zaken, maar als ze het zelf zeggen mag ik het wel beamen. Moeilijker wordt het bij de discussies over de gilets jaune, de gele vestjes. Vrijdagmiddag werden we staande gehouden op de rotonde bij Bernay, er hing een gemoedelijke sfeer maar het zag eruit als oorlog, overal stinkende vuurtjes, versperringen opgeworpen met pallets en autobanden. Heel opportunistisch hadden we een vestje op het dashboard gelegd, zodat D. op tijd op drumles kwam. 




Verder kabbelt het bestaan gewoon voort. We hebben heel veel gesnoeid in de coniferenhagen en daarbij flink vuur gestookt. Het was weer een gevecht tussen mens en braam. Ik trok slierten van zeker 20 meter uit de bomen. Meestal met m’n ogen dicht, want ze vechten terug, die bramen. Heel bevredigend om ze dan in vlammen op te zien gaan. We houden ons warm met onze houtkachels en het hout dat we nu in de houtkast hebben opgestapeld is, denk ik, voor de vijfde keer door onze handen gegaan. 

Geen Sinterklaas, maar Kerst piept hier al aan alle kanten om de deur.  Die dingen, dat mis je dan toch, de gretige snoetjes van de kleinkinderen….maar ja. Ik bak speculaas en pepernoten. Over een paar weken zien én voelen we ze weer live, kleinzoon zwaait naar de telefoon en roept oma, dus hij weet wie ik ben! Het kostte even moeite, maar ik vond bij de Carrefour een doos om wat cadeautjes in te stoppen. Vandaag bracht ik het pakketje naar de post en onderhield de beambte aldaar over het feit dat we een nieuw adres hebben maar dat de bezorgdiensten, op dat lokale postbode na, dat nog niet weten. Stralend antwoordde ze dat ze dat op z’n vroegst volgend jaar verwachtte. En dat ik ook allebei de adressen als afzender kon gebruiken, net zo makkelijk.  




Op de terugweg kwam ik onze factrice tegen. Met een brede glimlach zwaaide ze naar me. Ik zet een zakje speculaasbrokken  met nog een extraatje klaar in de brievenbus. Over tien nachtjes slapen is D. jarig en dan stuurt iemand hem vast wel een kaartje, desnoods doe ik dat zelf. Dan kan zij haar cadeautje gelijk meenemen en zijn er weer drie mensen blij!



Nog iets leuks om te lezen: 




woensdag 14 november 2018

Herfst, bijvoorbeeld






Mijn eigen meteoroloog heeft diverse apps op z’n telefoon waarmee hij het weer goed in de gaten kan houden. Graag ziet hij het grote geheel, dus de oceaandepressies en de orkanen en al wat niet meer loert op ons dagelijks welbevinden. Zodoende is het weer ook een dagelijks terugkerend onderwerp. ’s Ochtends bij het ontwaken kunnen we door de dunne gordijnen al zien wat voor weer het op dat moment is. Het huis staat met de voorzijde op het oosten, dus daar zie je de zon, als hij er is, al schijnen. Dat helpt bij het opstaan. We hebben nog maar weinig druilerige dagen gehad, dagen waarin het zonneraam en het raam op het oosten identiek van lichtinval – of eigenlijk de afwezigheid daarvan – zijn. Dan kan het zijn dat we ons nog een keertje omdraaien.

Ook B(r)oer heeft het als weersafhankelijke agrariër natuurlijk erg druk met het weer. Het deugt eigenlijk nooit, de laatste jaren. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dat in mijn waarneming ook gold voor alle voorafgaande jaren. Kou en warmte op het verkeerde tijdstip, om van de grote droogte deze lange zomer maar niet te spreken. Inmiddels is het november en ploegt en zaait hij tegelijkertijd een mengsel van granen en grassen in om het onkruid in het voorjaar voor te zijn. Ik ben benieuwd of dat zo werkt. Mijn ervaring met onkruid is dat het sneller groeit dan wat en wanneer ook.

Hoe dan ook, de herfst in dit stukje Frankrijk is mij zeer dierbaar. Er is steeds zoveel te genieten van al die kleuren en het licht! Zeker tegen het vallen van de avond wisselt het beeld dat ik zie als ik uit het raam kijk per minuut. Het is adembenemend. Vaak probeer ik het te vangen met mijn camera,  maar dat wil maar matig lukken. Heel zelden komt er iets van een plaatje dat de werkelijkheid benadert. Dat komt ook omdat je er maar een fractie van op beeld kunt zetten, alles wat links, rechts en achter je is maakt ook deel uit van het beeld dat niet op de foto staat.


Maar goed, nu is het nog fraai, vanmorgen dronken we buiten koffie in het zonnetje. Vanmiddag maaide ik het gras. Daarna gingen we een wandeling maken in het dal bij Montreuil l’Argillé. De wandeling begint bij een uitgestorven, te koop staande forellenkwekerij. De netten hingen doelloos boven de lege bassins. De werkelijke beek loopt een eind verderop langs deze aftakking. Ook in dit water zagen we geen forellen. Natuurlijk dachten we allebei dat dat kwam van het glyfosaat, maar we zeiden niks tegen elkaar. Het was een mooi pad en in de zon dwarrelden de bladeren bedaard naar beneden. We gingen dezelfde weg terug, die niet hetzelfde is want je ziet alles van een andere kant. In het doodstille dorp stonden we bij een huis naast de kwekerij te kijken, dat ook verlaten leek, ondanks enkele spiksplinternieuwe details als een foeilelijke stalen voordeur en een paar raamkozijnen. Er naderde een mager mannetje in een bonte trainingsbroek en met veel te grote rubber laarzen aan. Hij raakte in gesprek met D. Op hoge toon deelde hij mee dat hij ons niets kon vertellen over dit pand, want hij was niet van hier. Om zeker te weten dat we dat goed begrepen herhaalde hij dat enkele keren. Hij kwam dicht bij D. staan die voorzichtig een paar stapjes achteruit deed, met zijn gezicht uit de wind.  Verderop naderde een al net zo kleurrijke figuur met een hoofd waar aan alle kanten haar uitstak. Híj zou het wel weten, hij was van hier. Hij schudde ons de hand. Er waren geen forellen omdat het winter was. In de winter zijn er geen forellen. Wij vroegen niet waar ze dan wel zijn, want het leek een plausibele verklaring. Het kleine mannetje was het er niet mee eens, met dat ‘winter.’ ‘C’est automne! Pas hiver!’ Hij werd er een beetje boos van en bleef die woorden herhalen, ook toen we al ‘au revoir’ hadden gezegd en naar de auto liepen. Het was een hele geruststelling een gewone mevrouw met haar net gepermanente kapsel uit de kapsalon te zien komen. Lila, dat dan weer wel.

Het was weer een bijzondere dag waarop de zon stralend onderging. De geraniums bloeien nog steeds. Ik begin wel een beetje genoeg van ze te krijgen en ik ga ze volgende week opruimen, net zoals ik me vorige week al had voorgenomen.
 

 

 

dinsdag 6 november 2018

Weekendje Lille








Op zondagochtend lopen we al voor half tien door een uitgestorven Lille. Niet bepaald ‘a city that never sleeps,’ wel een stad die ons al bij aankomst op vrijdagmiddag heeft omarmd en voor zich heeft ingenomen.

We hebben er al heel wat kilometers slenteren en wandelen op zitten, sinds vrijdagmiddag. Op een straathoek staan drie dertigers een stevig gesprek te voeren. We vangen één zin op, omdat die met overtuiging en overredingskracht wordt uitgesproken: ‘L’importance, c’est dans le détail’. We kijken om ons heen. Deze zin ‘het allerbelangrijkst zit ‘m in de details,’ zegt eigenlijk precies waar het hier in Lille – en eigenlijk overal - om draait. De tegelplateautjes op de gevels die verder geen enkel doel dienen dan een gebouw op te leuken, de voetenschraper bij de ingang van een woonhuis, het bladgouden fliepeltje op het kunstzinnige gebak bij Meert, de perfect afgewerkte hotelkamer, de fraai gerestaureerde gebouwen op de grote schone pleinen, de brede grijns van herkenning op het gezicht van de ober in wiens etablissement we voor de tweede keer komen eten. Het is echt een stad die zichzelf na jarenlang verval opnieuw heeft uitgevonden en dat met verve voortzet. Bijzonder is dat nagenoeg het hele centrum ook voor gemotoriseerd verkeer toegankelijk is maar de voetganger altijd voorrang heeft. En ook probleemloos krijgt!




Het gebied rond de Citadel is helemaal opgeknapt en biedt onderdak aan een dierentuin en een klein pretpark waar het op de laatste vrijdagmiddag van de vakantie een drukte van belang is. In de late herfstmiddag is het een mooie wandeling, die we later nog voortzetten langs een van de fraaie Avenues die Lille rijk is. 

Met de tram reizen we de volgende dag naar Roubaix. Ook hier prachtige woonhuizen, een fraai park en maar liefst vier bloemetjes in het kader van de Ville Fleurie voor de stad. Op zoek naar ‘La Piscine’ lopen we waarschijnlijk wel weer een paar kilometer om, want de in Ch’ti frans uitgeduide route van een metrobeambte hebben we niet zo goed begrepen, maar dat is helemaal niet erg, de zon schijnt, ook hier is moois te zien. We staan een tijdje in de rij voor het museum dat onlangs weer is heropend na een verbouwing. In een voormalig zwembad etaleert Roubaix zichzelf, zijn kunstenaars maar ook vele anderen en toont mode en stoffen uit het rijke verleden van de stad. Nog steeds is het zwembad gevuld met water en kun je door de kleedhokjes wandelen. Er zijn opstellingen met lades die je kunt openmaken en waar je aan de inhoud ervan mag voelen. Bij de entree stagneert het nogal omdat er bij de garderobe ook ipads en audioguides worden uitgegeven en weer ingenomen en het is een beetje teveel voor het aanwezige personeel: als wij na twee-en-half uur uitgekeken zijn staat er een rij tot buiten het museumterrein. We lopen naar het fraaie station en keren met de bestuurdersloze metro terug in Lille.








Daar ontmoeten we twee van mijn nichtjes in weer zo’n gezellig etablissement. In de Rue Esquermoise bevinden zich talloze speciaalzaken met vooral veel chocolat en taartjes, in Vieux Lille is het verder goed toeven in de Rue de Gand met talloze restaurants, waar onder het no nonsense restaurant La Connivence met stevige lokale kost zoals Welsh: een ovenschaaltje met mosterd besmeerd witbrood, daaroverheen een plak ham, dan een laag cheddar óf Maroilles en tot slot een gebakken ei. Met home made frites erbij is dat een maaltijd die je jezelf best mag gunnen na een dag wandelen!

Natuurlijk heeft ook een stad als Lille te kampen met mensen die langs de zelfkant naar beneden glijden. Als ik op zondagmiddag zit te wachten op mijn trein vanaf station Lille Flandres danst een strak in het pak zittende man ‘hakuna matata’ zingend door de wachtende reizigers. Als de spoorwegbewaking ingrijpt gaat hij de politie bellen. In de stad zelf zijn veel bedelaars, ook hele jonge. Dat schijnt nu eenmaal onontkoombaar. Ze horen bij het stadsleven, net als de grote betonblokken die de toegang tot kwetsbare delen van de stad beschermen. 





                                                                                                                             

foto Diana
Als we tot slot en besluit op de markt in Wazemmes met leuke jurkjes voor weinig terugkomen is dat natuurlijk helemaal top. We hebben een eigenlijk onverwacht fantastisch weekend achter de rug. Goed weer was zeker een belangrijke factor, maar deze keer niet de belangrijkste. Lille, au revoir!



maandag 22 oktober 2018

Gezellig






Terug in het Franse land was onze eerste gang richting het verjaardagsfeest van M&M in de salle de fête in Villers-en-Ouche. Het hele parkeerterrein stond vol auto’s maar binnen leken er veel minder mensen dan auto’s te zijn. Je kon wel heel goed zien wie er allemaal waren, want de verlichting was bepaald oogverblindend te noemen. We hebben het al meer meegemaakt: een feest in een helverlichte ruimte, waar het TL licht meedogenloos de steeds roder wordende hoofden, onvaste tred en omgevallen glazen toont. Toen Schoonzus vorig jaar 50 werd was ze heel stellig: de verlichting moest sfeervol. Dat had ze in NL gezien en dat vond ze véél gezelliger. Wij blij dat ook eens iets uit ons land haar goedkeuring kon wegdragen, want behalve kroketten, pepernoten en fietsen heeft ze niet veel op met Nederlandse gebruiken en eetgewoonten, maar goed, een stuk of twaalf snoeren met honderden kerstledlampjes verlichtten haar feest op intieme wijze. En het was een topfeest.

Op de verjaarspartij van M&M waren grote ronde tafels prachtig gedekt met een fraai bloemstuk met kaars in het midden. Aan onze tafel ging V., die nooit iets anders drinkt dan melk en ook nu een 1,5 literpak naast haar bord had staan, een aansteker halen en hadden wij zomaar een brandende kaars, die echter geheel in het niet viel in dat badende licht. Toen iedereen een zitplaats had gevonden (buren bij de buren, vrienden bij de vrienden, kinderen bij de kinderen, familie bij familie) kon het eten beginnen. Daarvoor hadden we al genoten van een stevig apéro met diverse lekkere en gezonde hapjes. Nu kregen we eerst heerlijke worst en ham en een gesmoorde zalm met eigengemaakte aioli. Hoe het kwam weet ik niet, maar aan onze tafel ontspon zich een gesprek over veganisme en dat is dan altijd zo leuk in dit land, het gaat meteen van dik hout! Ik durfde na genoeg drankjes best te beweren dat ik van mening ben dat veganisten hun eigen menszijn ontkennen en dat sla óók leeft voordat je het van z’n worteltjes snijdt, mijn Parijse buurman was het daar maar moeizaam mee eens. Gelukkig kwamen we wel tot de eensgezinde conclusie dat het gekkenwerk is dat die mensen ook hun honden en katten spruitjes en sperciebonen voeren – wat dan weer eigenlijk het voorafgaande bevestigt, maar goed. Op de een of andere manier gaan die Franse tafeldiscussies zelden over het weer of waar we naartoe gaan op vakantie. We hebben wel eens in een ander gezelschap waar her en der wat fricties zaten een hele avond over eten en drinken weten te praten, een veilig (en vertrouwd) onderwerp dat slechts aan ongevaarlijke discussie onderhevig is.

Na het heerlijke hoofdgerecht: magret de canard met in spek gewikkelde haricots (in NL uit, maar het blijft lekker) en krieltjes aan een bamboestick volgden kaas en daarna een keur aan desserts. Ondertussen had een kleinzoon nog prachtig op de accordeon gespeeld, maar verder waren er geen voordrachten.  We zongen Happy Birthday en toen konden we toetjes halen. Ook allemaal weer geweldig lekker, glaasje champagne erbij.

Tegen kwart over een waren we echt bekaf en namen we afscheid. De jarige nodigde ons uit om ook zondag midi nog weer de restjes op te komen eten vanaf 12.00 uur, maar dat hebben we maar niet gedaan, deze keer. Even bijkomen van zo'n overdosis Frankrijk. 

We kwamen thuis in onze eigen keuken, die ook baadt in het sfeerlicht van de TL buis. Ooit bewust zo gehouden, want zo typisch Frans, voorzie ik dat hij deze winter toch verdwijnt en we ook in de keuken gezellig kunnen schemeren. En als iemand dan wil zien wat hij eet, dan zet hij er maar een kaarsje bij……


zaterdag 29 september 2018

Overal beessssstjes





Vanmorgen deed ik mijn ogen open en zag dat het plafond overdekt was met zwarte rondjes, een paar millimeter groot. Ik knipperde eens flink met m’n ogen maar ze zaten er nog steeds. Bij nader onderzoek (zo handig een bioloog in huis te hebben) bleek het om de invasieve soortgenoot van ons eigen ‘Bête de bon dieu’ te gaan, het Japanse lieveheersbeestje. Wel in piepkleine uitvoering, wat bemoedigend is: kevertjes zijn altijd in één keer klaar, groeien niet meer en als ze zo klein blijven is hun einde in het verkeerde werelddeel nabij en dan kunnen die van ons de boel weer overnemen.


Want wat hebben we veel beestjes. Enorme (kelder)spinnen, vliegen, bijen en wespen in allerlei soorten en maten, prachtige kolibrivlinders, vlinders in het algemeen. En tipuliden. In deze tijd van het jaar kruipen die gammele grote muggen, die eigenlijk nergens anders toe dienen dan er gewoon te zijn, uit de grond. Ik heb een enorme hekel aan die stakerige griezels met hun onuitstaanbaar mooie naam. Ze houden er erg van in huis te zijn, dus trek je de gordijnen dicht, dan fladderen er gelijk drie, vier, uit. Echt een beetje fatsoenlijk vliegen kunnen ze niet.  Ze gaan bij voorkeur aan het plafond hangen, zodat ze zich zodra jij het licht uitdoet kunnen laten vallen en in je nek en in je neus kruipen. In hun ondergrondse larvenstadium zijn ze ook nog eens een behoorlijke pest, want ze eten graswortels en kunnen je hele gazonnetje naar de knoppen helpen. Eenmaal veranderd in mug, is de langpoter alleen maar aanwezig om zich voort te planten en als vleermuizenvoer te dienen. Maar ja. In het kader van All things bright and beautiful gedogen hem. Hij is er maar even, maar dit jaar wel in groten getale.

Ook grappig is dat wij een soort pratend luik hebben. Er zitten één of twee vleermuizen achter en die maken vreemde, krakende geluiden, soms in grote opwinding. Ik doe het luik maar niet open (of dicht, het is maar hoe je het bekijkt). We hebben ook ergens een slang en ooit waren er hagedissen, maar die hebben we al jaren niet meer rond het huis gezien. Als er geen vee is lopen er reeën en er zijn wilde zwijnen: eentje kwam eens voorbij gedaverd, er werd vast jacht op hem gemaakt en aangezien er op B(r)oers land niet gejaagd mag worden, vond hij hier een veilig heenkomen. Dit jaar was er voor het eerst een fazantenfamilie met zeker zes grootgebrachte jongen. Waarschijnlijk een paartje gevormd door overlevers van de uitgezette fazanten voor de jacht. 


Inmiddels hebben we dertien eikelmuizen gevangen in de vangkooi (gemiddeld om de dag één) en gisteren liep er opeens eentje in de tuin. Hij had het kenmerkende laconieke van ‘wie doet me wat’ over zich, kuierde wat door het gras, kroop door het gaas, klom als een eekhoorntje in een conifeer en werd toen gegrepen door onze Hollandse Smous Ronja. Onmiddellijk ontstond er een strijd op leven en dood tussen D., de hond en de muis. Ronja peinsde er niet over zich haar prooi te laten ontfutselen, D peinsde er niet over om een van zijn geliefde muizen door de hond te laten afslachten en brulde ‘Laat Los’, de muis piepte zo hard als hij kon, wat zo allemaal bij elkaar toch wel een bijzonder tafereel opleverde. Tenslotte won D., zoals het hoort, de hond diep beledigd achterlatend. De muis zat nog een tijdje geschokt na te piepen in het struikgewas en toen werd het
 stil.  Hoe dan ook, ze gaan al bijna in winterslaap om dan pas begin april weer wakker te worden. Er hebben zich vast al een paar in het steenwol genesteld, want de laatste dagen blijft de camembert in de vangkooi onaangeroerd. Alle elektrakabel op zolder is afgedekt met muizengaas en er zijn gaten in de vloeren gedicht met cement. Kosten noch moeite zijn gespaard de muizen buitenshuis te houden.  Maar als het gaat over man en muis, dan weet ik wel wie de uiteindelijke winnaar is. En dat geldt eigenlijk voor alle beestjes. Daarom kunnen we ze toch maar beter te vriend houden.

 



zondag 16 september 2018

Patrimoine





De Openmonumentendagen in Frankrijk heten de ‘jours de patrimoine’. Het klinkt een beetje 'vaderlands,' dat woord, maar het betekent eigenlijk niets anders dan in NL. We hebben het hier over cultureel erfgoed en dat komt ook tot uiting in het bezoek dat we deze ochtend brengen aan de ‘ferme d’antan’ in Rai. 364 dagen van het jaar staat deze grote met gemeenschapsgeld  gerestaureerde boerderij met zeker vijf opstallen, een op hout gestookte broodoven, vele landbouwwerktuigen en een museumwinkel waar niets te koop is, leeg een heleboel geld te kosten. Eén dag van het jaar kun je de ferme gratis bezoeken en zijn de stallen en het land gevuld met voornamelijk bejaarde vrijwilligers die ons met de beste bedoelingen uitleggen en laten zien hoe het er vroeger aan toe ging in zo’n gemeenschap. Ons eigen huis maakte overigens ook deel uit van zo’n gehucht. Daar is bijna niets meer van over.

Bij aankomst kijkt één vriendelijk geüniformeerd persoon even in je tas en dan stap je honderd jaar terug in de tijd, zeker wij vanochtend want B(r)oer, Schoonzus en ik we waren onfrans vroeg op pad. We hadden nl ook een afspraak voor le repas du midi en D. mocht een rondvluchtje maken met Gaetan in zijn ultralight vliegtuigje! Die was dus niet mee naar Rai. 



Het was een prachtige ochtend, de nevel was nog maar net opgetrokken in de vallei bij Rai, er was een hoop te zien en B(r)oer leerde voor het eerst van zijn leven verse roomboter te maken. Dat bleef hangen, natuurlijk, dus dat opende ook direct perspectieven. De demonstraties met die ontroerend grote paarden, de Percherons, vind ik altijd het allermooiste. Als er ergens Percherons te zien zijn, ben ik er ook. Het is een soort knuffelpaard, zichzelf er absoluut niet bewust van dat hij 1000 kg weegt en daar heel wat mee zou kunnen uitrichten - ware het niet dat hij gewoon doet wat zijn baas tegen hem zegt. Meestal.  Er was wel een stuk akker aangeplant met aardappels, wortelen, kolen en pompoenen en de paarden waren ingespannen om de aardappels te rooien. Achter de machine raapten een stuk of acht mensen, jong en oud, de aardappels en lieten daarmee direct zien hoe het boerenbedrijf vroeger zoveel meer mensen aan het werk had dan nu het geval is. Dit beeld en de stap naar een door één persoon aangedreven aardappelrooimachine is bijna niet voor te stellen. Mij hoor je niet zeggen dat het vroeger beter was, maar of dat nu wel zo is, wordt onderhand ook steeds lastiger te verdedigen.



Met onvoorstelbare snelheid zaten een paar dames te kantklossen, het blijft raadselachtig om te zien hoe ze de spelden verplaatsen en er weer een klosje overheen gooien. In een belendend kamertje probeerde een andere mevrouw een jonge blom uit te leggen hoe ze op vier naalden moest breien. Er waren mannen die over de natuur vertelden en kinderen konden kleien en mozaïeken. We bekeken de landbouwdieren en ik vond het kippenras dat chocolade-eieren legt! Tegen twaalven moesten we toch echt weg, maar aangezien schoonzus een paar broden mee wilde nemen en die op waren, moesten we tijdens het wachten maar alvast een apéro nemen. Zelfs een bekertje cider hakt er op dat tijdstip aardig in, dus toen we eenmaal het gloeiend hete brood in een papieren zak meekregen braken we ook gelijk maar even een stuk van de korst af. Er is eigenlijk bijna niks lekkerder dan dat. 

Na een copieus en uiterst gezellig middagmaal reden tegen vijven weer naar huis. Het was weer een memorabele dag. Een pareltje erbij, aan de ketting.



Een jaar op proef

Le Champignon d'Orbec

We hebben ons ingeschreven voor een rondleiding door de grotten van Orbec, waar de beroemde Champignons d’Orbec geteeld worden. Iede...