donderdag 5 april 2018

Weer chez nous




We waren een dag of zestien in NL. Ik was uitgenodigd samen met twee andere lokale auteurs een boekpresentatie te geven, dus gingen we wat eerder terug dan de bedoeling was. Laat ik maar zeggen dat het een gezellige middag was en dat we een aantal mensen blij gemaakt hebben. Ik had er in ieder geval geen spijt van, dat we een dag eerder terug waren. Behalve dat het ‘nemen van Antwerpen’ op een dag door de week een schier onmogelijke opgave is geworden.


Rond ons pied-à-terre het Bakhuusje was het aanvankelijk stervenskoud. Een restantje Russische Beer meende juist toen wij er waren weer langs te moeten komen. Zelfs in zo’n klein huisje had de cv er best een hijs aan de boel aangenaam te houden. En dan was het in het begin ook nog schipperen met de ruimte. Daar word ik erg ongeduldig van, dus gingen we voortvarend aan de slag om ons tiny house optimaal in te richten voor een probleemloos verblijf. Dat lukte. Het was zelfs een dag warmer dan 10 graden en dus kon ik de rabatdelen zwart verven tot de verf op was. Ook plaatste D. een schutting, mooi met de bocht mee en zo ontstond er een fraai terras, waar we paaszaterdag lekker buiten hebben geluncht met nagenoeg het hele gezin. En bij het Paasvuur was het ook heel gezellig. Na nog het 50jarig verjaardagsfeestje van de buurvrouw mee gevierd te hebben zat ons verblijf er weer op. Dit keer mocht de caravan volgeladen mee. Dat betekent wel een aanmerkelijk langduriger reis, want echt boven de 100 kom je niet uit. Een eind achter een vrachtwagen hangen is vaak verstandiger, zeker met forse tegenwind. Want natuurlijk bereik je voeger of later je bestemming, tenminste als er zich geen calamiteiten voordoen. En hoe lang je erover doet, is eigenlijk al geen issue meer. Daar stel je je op in.


Vandaag de boel uitgepakt en ondertussen gewerkt aan P&M 155. Wilde allemaal niet zo vlotten als ik dat wou. Soms heb je van die dagen dat je ’s ochtends wakker wordt en eigenlijk meteen al weet: dit gaat ‘m vandaag niet worden. Tikje katterig, na al die drukte nu weer de complete rust. Nou ja, de wind gierde om het huis, het was weer ouderwets koud en het hout in de chaudière wilde eerst voor geen meter branden. De was hing ik buiten op met tintelende vingers van de kou. Onze jongste Smous, Ronja, was dekrijp en het was zaak haar voortdurend in de gaten houden, want ze wou op zoek naar een gewillige reu, dus moest het hek gesloten blijven. Gelukkig had ze veel afleiding aan Tess, de hond van B(r)oer, die op visite kwam en ook loops bleek. Ze hebben vast van elkaar genoten.


Ik ging maar eens buiten wat doen, volgens D. besteed ik 60% van mijn tijd voor een beeldscherm. Vind ik zelf ook niet fijn, maar ja. Ik plantte de frambozen die ik gekregen had van D. en M. en rommelde wat in de tuin. Het is echt een narcissenfeestje, onze tuin. De bollen komen ieder jaar met meer op, dit in tegenstelling tot wat je tegenwoordig koopt en na drie jaar voorgoed verdwenen is. We gingen even dag zeggen bij B(r)oer, die was moe en de kou en de natheid zat. Er is bijna geen voer meer voor de koeien, op de veel te natte weilanden groeit het gras onvoldoende, het stro is op of kost kapitalen.


En dan zit ik te miepen in mijn fleecetrui, bodywarmer en vilten sloffen met genoeg te eten en te drinken en een inmiddels weer gloeiende chaudière, waar ik net de avondmaaltijd op bereid heb. Ok. Klaar met piepen. Strak een Netflixje kijken, voetjes gestrekt op de poef. Morgen is er weer een nieuwe dag! En een zonnige, is ons beloofd.


Ook (een van) mijn boeken lezen? Hier vind je ze!

dinsdag 20 maart 2018

Ongemakkelijke termen




Onze eerste zes weken zitten erop en we gaan naar huis. Naar huis? Naar Nederland. Als je op twee verschillende plekken woont, waar ben je dan thuis?

Ons pied-à-terre in NL kun je op twee manieren bekijken: 1. Het is een piepklein vakantiehuisje, 2. Het is een tiny house. Dat laatste klinkt hip en véél beter dan piepklein. Het is, incl. badkamer, toilet, één slaapkamer en een zitkamer/open keuken ongeveer 40 m2. Inmiddels zijn we erachter dat bij het bewonen van zo’n tiny house één ding heel belangrijk is en dat is kastruimte. Meer is er eigenlijk niet nodig om comfortabel te  wonen (behalve dan in deze immer ijzige temperaturen de verwarming).  Geloof mij, je wordt er helemaal knettergek van als je iedere keer dat je wat wilt pakken eerst iets anders opzij moet zetten. Ook een praktische indeling van de beschikbare ruimte is essentieel. Dat vereist soms enig omdenken. Zo bevindt het serviesgoed zich in een kast in de slaapkamer. Dat klinkt raar, maar als ik dat allemaal in het keukenblokje zet, heb ik nergens plaats voor enige voorraad. En ik heb liever rijst, ketjap, gemberpoeder en aardappels voor het grijpen dan de twee bordjes die we gebruiken tijdens het eten. En zoals gezegd: die bordjes zijn dan dus ongeveer zes stappen weg. Het huisje moet in zijn ultieme praktische indeling alles weghebben van een caravan: alles heeft z’n plek en dat maakt het terugvinden van je spullen ook uiterst overzichtelijk.

In ons huisje passen ook een wasmachine en een droger. De droger staat nu nog onder het afdak, want extra horizontaal oppervlak in de badkamer ( 4 m2) is best prettig. Bovendien was er nog enige tijd sprake van dat we onze kleine afwasmachine daar bovenop zouden zetten. Maar van dat idee ben ik af gestapt. We doen de afwas weer ouderwets met de hand. Als je dat een beetje bijhoudt is dat ook gewoon prima te doen! Ook weer zo’n dingetje waarvan je dacht nooit aan te zullen wennen.

Nu we er een paar dagen zijn en we ons er steeds beter in weten te nestelen, blijkt het een prima oplossing! Goed bed, lekkere luie bank, alles bij de hand en ook qua poetsen zo klaar! Kindjes en vrienden (relatief) dichtbij.  En wat natuurlijk toch ook een prettig vooruitzicht is, is de ruimte die we over een tijdje weer hebben. Dus het lijkt erop dat het kan: je op twee plaatsen thuis voelen. Je moet er alleen over nadenken als je zegt: ‘Ik ga naar huis’, waar je het dan over hebt. Misschien moeten we er een tweede term voor bedenken. Zoals:  ‘We gaan naar Chez Nous.’  En dat is dan duidelijk, toch?


Wat natuurlijk het allerleukst is: het huisje verhuren we als we er zelf niet zijn. Wil je ook eens ervaren hoe (relaxt) het is in zo’n tiny house te wonen? Op www.destolp.com/hetbakhuusje vind je alle informatie. Ook op FB https://www.facebook.com/hetbakhuusje/  


vrijdag 9 maart 2018

Een maand later







We hebben een brievenbus, dus we bestaan. Vandaag heeft Dirk hem geplaatst onder aan ons weggetje. Nu heeft de dagelijkse wandeling Een Doel. Wat ook leuk is van zo’n brievenbus, je kunt je eigen post erin leggen en dan neemt de postbode (die ook op maandag komt) de post mee.  En dan maar hopen dat we gewoon nog eens post krijgen, behalve van de Crédit Agricole, de bank waar we een rekening hebben en Catharine je een bestraffend mailtje stuurt als je een beetje rood staat! Inmiddels heb ik de codes om te telebankieren per brief ontvangen, dus hoeft ze me nu geen mailtjes meer te sturen.



Vorige week zijn we naar de Mairie geweest om ons voor te stellen als (min of meer en voorlopig) nieuwe inwoners van Verneusses. De burgemeester bekeek ons aanvankelijk licht argwanend en deed aldoor heel belangrijk op z’n tamelijk voorwereldlijke mobiel, maar de secretaresse en een andere aanwezige waren heel hartelijk. ‘Problemen met de verwarming?’ vroeg de meneer die wij niet kenden. Hij had de plombier naar ons toe zien rijden. En dan woon je dus behoorlijk afgelegen, denk je.

 We hadden, godbetert, ministroopwafels meegenomen. Ik vond het wel van een héél hoog ‘Ikvertrek’ gehalte maar om nu een Unox rookworst aan te bieden ging ook wat ver en andere lekkernijen uit onze heimweepakketten eten we liever zelf op of vergen teveel uitleg.  Halverwege het gesprek waar hij geen deel aan nam legde de burgemeester zijn mobiel neer, zette zijn tanden in het plastic zakje, scheurde het open en begon de wafeltjes uit te delen. Ze vonden ze erg lekker, zeiden ze.

Op een A4tje schreven we onze namen, geboortedata en andere gegevens. Frankrijk, het land dat Napoleon voortbracht die regelde dat iedereen nu een achternaam heeft, kent geen officieel bevolkingsregister. Zo’n lijstje is meer bedoeld om als er eens iets is alle inwoners te kunnen mobiliseren. We konden ons ook inschrijven voor de Europese verkiezingen, maar omdat die er toch niet zijn binnenkort hebben we daarvan afgezien. We hebben wel een milieupas gekregen, daarmee kunnen we op maar liefst dertien afvalstraten terecht. Heel handig en een heel stuk beter geregeld dan in NL, waar we in Deventer nog maar 100 kilo mogen wegbrengen. 

De burgemeester heeft het nogal eens aan de stok met mijn broer die in de gemeenteraad zit en al zijn leuke plannen het dorp iets van nieuw leven in te blazen of de natuur een handje te helpen ziet stranden op halsstarrig conservatisme. Inmiddels zijn we Monsieur le Maire al een paar keer tegengekomen, want hij woont bij ons ‘in de straat.’ Hij is dan heel vriendelijk. Toch maar weer twee nieuwe inwoners erbij, in het leeglopende dorp.



En verder, tja. Wat kun je ervan zeggen? Al deze dingen maken wel dat we dus niet meer op vakantie zijn in dit huis – voor zover we dat vroeger waren, want ook toen was er altijd wel iets te doen. We zijn naar een andere NL boer in Gâprée geweest om 'Natuurlijk Normandië' te brengen. Hij maakt kaas, héle lekkere Goudse kaas, een 100% Normandisch product.  En daar bleek weer een andere Nederlander te werken die hier met zijn gezin in de buurt woont. Vanmiddag ga ik met een stel Franse vrouwen iets creatiefs doen en ondertussen naar een verhalenvertelster luisteren. Een boeiende combinatie. Zondag is er weer ergens een apéro waar we voor uitgenodigd zijn. Dus met de sociale contacten komt het wel goed.

Natuurlijk missen we onze kinderen en kleinkinderen en mis ik Steekje Loos op woensdagochtend. D. heeft er al een klus op zitten bij B®oer en er is daar, evenals hier, nog genoeg voor hem te doen. Ook ik vermaak me tot op heden prima. Al een paar keer lekker in de tuin aan het werk geweest en dan staat vooral de maat van de tuin me bijzonder aan. Even een paar uur en dan is het klaar! En de rust. Geen herrie. Je hoort heus wel eens verkeer en natuurlijk landbouwmachines, maar het is niet storend.

De eerste, koude en soms nare maand hebben we goed doorstaan. We kijken ernaar uit om vanaf de 16de weer een paar weken in NL te zijn. Om iedereen te zien en te spreken en natuurlijk: te knuffelen.

17 maart om 14.00 uur 's middags presenteren drie Bathmense schrijfsters hun boek(en) in de spiksplinternieuwe bibliotheek! Mieke Zomer ('Dieren, sprekend als mensen'), Babette van Meggelen ('Bijzondere momenten uit mijn theaterleven') en ik vertel over: 'Wat er gebeurt',  'Zeven dagen in juli' en 'Natuurlijk Normandië. Uiteraard bestaat er de mogelijkheid een boek te kopen & dan krijg je de handtekening er gratis bij! 

vrijdag 2 maart 2018

En wat heb je vandaag weer geleerd



We hebben Gaston en Eugenie uitgenodigd voor de zondagse middagmaaltijd en voor de zekerheid B(r)oer en Steph ook. We gaan racletten: dat is kaas in bakjes leggen, in het gourmetstel schuiven, laten smelten en dan uitgieten over in de schil gekookte aardappels. Daarbij serveer je rauwe ham, de kneiterzure Franse cornichons (augurkjes) en misschien nog wat groentetjes (dat weet ik niet zeker, maar ik heb dat maar wel gedaan). Bij de uitnodiging heeft Eugenie aangeboden het toetje te verzorgen. Het is gebruikelijk dat als je ergens wordt uitgenodigd te eten je ofwel een voor- ofwel een nagerecht meeneemt. En doorgaans ook een fles wijn. Een zeer prettig gebruik, naar mijn mening, het scheelt een hoop werk (en drank)! S. neemt het voorgerecht mee, geraspte wortel met walnoten. Is lekkerder dan het klinkt.

De visite komt en dan gaan we eerst een uurtje aan het apéro. Lekkere hapjes en drankjes naar keuze en ook bakjes pinda’s en andere nootjes, natuurlijk de in dunne plakjes gesneden droge worst, tot zover alles prima.

Vervolgens gaan we aan tafel. Bij de maaltijd wordt naar believen rode of witte wijn en water geschonken, gelukkig hebben we dat in ruime mate op voorraad. Het gesprek verloopt geanimeerd, iedereen eet met smaak, de rookmelder gaat af omdat het soms wel even heel hard gaat op die gourmetplaat (daarop worden uien, rauwe ham en paprika gebakken). Nu zit je best snel vol van zo’n vette hap en dan volgt daarna ook nog de stevige chocolademousse van Eugenie. B(r)oer doceert dat daar eigenlijk een paar dunne, kleine koekjes bij geserveerd horen. Die had Eugenie zelf mee moeten nemen, omdat zij het toetje verzorgt, maar zij had ze niet in huis en wij ook niet. Dus hier treft ons geen blaam. Maar verder wordt het wel even lastig. Want wat voor drankje serveren we bij het toetje? We denken pommeau, de zoete Normandische appelport. Oef, dat is helemaal fout, pommeau is een apéritief, geen drankje voor bij het dessert. Daar hoort iets luchtigs met bubbels bij. Gelukkig hebben we nog een fles Crémant de Limoux in de kast, perfect op temperatuur. Juichend wordt de fles geopend. Die in je mond knappende belletjes smaken inderdaad heerlijk bij de mousse. Hierna volgt de koffie, en daar mag dan weer een glaasje (maar dan ook eigenlijk maar een paar drupjes) Calvados bij. We vragen wat het woord ‘inburgeren’ in het Frans is. ’s Intégrer lijkt er het meest in de buurt te komen.

Zo tegen half vijf zit de maaltijd erop. Iedereen lijkt tevreden en voldaan en vertrekt zwaaiend. De rest van het toetje mogen we houden, de schaal komt wel een keer. Ik ga een half uurtje lopen, de boel laten zakken. De honden hebben de reebok van laatst nu wel in de gaten en vliegen er met een nooit eerder geziene snelheid achteraan. In de verte hoor ik een paar doffe knallen. De honden komen terug. Ze hijgen niet eens. Weer thuis drink ik een lekker kopje Pittig Lekker. Of dat Frans is weet ik niet, maar integreren, prima, met behoud van eigen thee. En beschuit. En muntdrop. En zo nog wat dingen. Want volledig integreren is een illusie, maar daarover een volgende keer meer.





donderdag 22 februari 2018

Naar de dokter








Manlief voelt zich helemaal niet goed. Al sinds we hier zijn heeft hij last van z’n darmen en nu lijkt het allemaal wel helemaal niet meer te werken. We zoeken een huisarts op en hij maakt een afspraak voor vrijdagmiddag. Maar de situatie wordt slechter, dus gaan we twee dagen eerder naar het spreekuur. Keurig zitten we op onze beurt te wachten, net als vroeger lezen we al lang uitgelezen tijdschriften.

De van huis uit Roemeense huisarts neemt uitgebreid de tijd voor vragen en onderzoek. We komen er redelijk uit. Ze zegt dat de normale gang van zaken is dat op dit soort klachten een endoscopie de standaard vervolgprocedure is. Ze schrijft een brief en geeft ons een lijstje medicijnen mee die de boel weer op gang moeten brengen. Vervolgens krijgen we een lijst van vier pagina’s mee voor bloed- en urineafname. We betalen 25 euro en dan gaan we naar de Pharmacie in het volgende dorp.

Donderdagochtend melden we ons bij de infirmière om bloed te prikken. De infirmerie in Frankrijk is een soort wijkverpleegkundige prikpost. Er wordt ook gezwachteld, naar spataderen gekeken, uitgebreid gebabbeld met de bekende patiënten en er wordt bloed geprikt. Bij de apotheek moet een speciaal potje voor de urine opgehaald worden. Dat mag niet zomaar in een lege jampot, zoals wij die hadden meegenomen.

De uitslag kunnen we zaterdagmiddag ophalen bij de Pharmacie en dan moeten we daarmee weer naar de huisarts, dus dat gaat snel. Maar wat niet snel gaat, is enige verbetering in de situatie. Het wordt alleen maar erger. Na (weer) een doorwaakte nacht besluiten we zaterdagochtend naar de Eerste hulp in l’Aigle te gaan. Ik bel S. wat wijsheid is, omdat we de uitslag van die onderzoeken nog niet hebben. Even later belt hij terug om te vertellen dat Steph met ons meegaat. Eerst rijden we langs de Pharmacie om te vragen of de uitslagen er al zijn. Die zijn er niet, maar de apotheker laat zich de uitslagen doorfaxen en dan kunnen we ze meenemen. Hij heeft ze even doorgebladerd en niet echt iets verontrustends gezien. Dat is dan om te beginnen al enige opluchting, want iedereen snapt dat je dergelijke klachten van een 64-jarige man toch snel in de kankerhoek zoekt, hoe graag je dat ook niet zou willen…Bovendien zegt de apotheker dat we naar Lisieux moeten, daar is het beter.

Het is een prachtige dag, de lucht is strakblauw, de kale boomtoppen lijken al iets te verkleuren vanwege hun uitbottende knoppen.

In het ziekenhuis gaat het redelijk gesmeerd, maar ja, je bent natuurlijk niet meteen aan de beurt. D. krijgt een armbandje om en moet plaatsnemen op een bed. We wachten in dezelfde gang als waar de ambulances aankomen en de patiënten op brancards naar binnen gerold worden. Ik probeer er zo min mogelijk naar te kijken en m’n oren af te sluiten voor gerochel, gekokhals en andere nare geluiden die uit allerlei bedden die her en der in de ruimte geparkeerd staan op stijgen. Op enig moment worden D’s bloeddruk en temperatuur opgemeten en dan wordt hij meegenomen.

Steph en ik zitten eerst in het ziekenhuiscafé en daarna gaan we de stad in. Lisieux heeft een leuk centrum, maar heeft zichtbaar geleden onder D-day en de weken daarna. Prachtige oude huizen staan ingeklemd tussen fantasieloze jaren '50 en '60 bouw. De kerken en kathedralen zijn er wel vrij ongeschonden uit gekomen.  D. belt dat er een foto gemaakt wordt van z’n buik. Als we terug in het ziekenhuis zijn is hij op het toilet. Het duurt een hele tijd, maar tenslotte komt hij bijna dansend naar buiten. Een klysma heeft zijn lichaam van een héleboel overbodige ballast bevrijd. En er is zo te zien eigenlijk niks aan de hand, de ‘verstopping’ wordt geweten aan een ander voedselpatroon en de verhuizing. De kordate arts schudt ons de hand en complimenteert ons met ons goede Frans.  We stappen het zonlicht in, wat een opluchting! De nodige doemscenario’s waren natuurlijk al voorbijgekomen, maar voorlopig lijkt alles te kunnen blijven zoals het is. Opnieuw langs de Pharmacie voor weer een kleine kruiwagen vol medicatie. Dat moet voorlopig even doorgezet worden. De andere poeders mogen in de opslag.

Dinsdagmiddag gaat Dirk met de uitslagen naar de huisarts, die wederom zéér uitgebreid de tijd voor hem neemt. Ze houdt niet op hem te vertellen wat voor voortreffelijke conditie hij heeft voor een man van zijn leeftijd. En dat hij bloed moet geven, omdat hij teveel rode bloedlichaampjes heeft omdat hij zo hard werkt! Zelfs z’n cholesterolgehalte is prima. Nu nog even de medicatie afbouwen en kijken hoe dat gaat.  

Was het hem niet zo in z’n rug geschoten, dan was hij enthousiast uit de auto gesprongen om mij het goede nieuws te vertellen. Nu komt hij er nogal komisch uit gestrompeld. Maar wel blij. En die rug gaat ook wel weer over.


UPDATE Het gaat weer helemaal goed met hem hoor! 









woensdag 14 februari 2018

Apéro


Mathilde staat onverwacht op de stoep. B(r)oer en schoonzus hebben haar uitgenodigd mee te gaan  op het apéro dat we bij ons hadden afgesproken. We zijn altijd blij haar te zien, ze is hartelijk en zoent je altijd heel gemeend stevig op twee wangen. Ze is net terug uit Cannes. ‘Ik weet niet of S. het verteld heeft, maar mijn moeder is overleden, begin januari.’ Dat wisten we niet. Hoewel ze hier gecremeerd is, zal er eind april een bijzetting in het familiegraf plaatsvinden. Daar moet natuurlijk bij gegeten en gedronken worden, dus dat soort dingen heeft ze allemaal ter plaatse geregeld.

Mathilde heeft haar moeder, met wie ze twintig jaar scheelt, een jaar of zes geleden uit het warme zuiden opgehaald en haar in een verzorgingstehuis in Le Sap ondergebracht. Ze bezocht haar regelmatig en iedere zondag ging ze haar ophalen om iets leuks te gaan doen. Dat was een hele opgave, want Mathildes moeder was niet makkelijk. Ze verweet het haar dochter haar naar het kille noorden gehaald te hebben, ze vond haar een slechte moeder van haar enige zoon, ze verweet haar eigenlijk ongeveer alles wat een moeder een dochter maar meent te kunnen verwijten. Soms waren we erbij en zagen hoe het oude kreng haar dochter kwetste met afgemeten, nare opmerkingen. Gaandeweg verloor ze de greep op de werkelijkheid en werd ze stiller, milder. Bijna menselijk.


In de eerste week van januari was ze ziek geworden. Met flapperende handen beschrijft Mathilde uit welke lichaamsopeningen alles kwam. En dat ze haar steeds moest verschonen. Ze vertelt het zoals ze het vast al vaker verteld heeft, tot er plotseling een zinnetje uit haar mond rolt. “Maman m’a dit: ze zei: ‘wat heb je toch goed voor me gezorgd.’ "Dat is de enige keer dat ze ooit zoiets tegen me gezegd heeft. We konden niet zo goed met elkaar opschieten, weet je?” Mathildes ogen vullen zich met tranen. Dan sterft je moeder op hoge leeftijd en ben je zelf ook echt niet piep meer en dan is er nog die wens én het verdriet, om erkenning. Zelfs nu lijkt Mathilde eenzamer dan toen ze nog een moeder had. Dinsdag zullen we bij haar bij haar op de koffie gaan, na de markt. Want kort daarna gaat ze drie weken kuren in de Pyreneeën, om herboren terug te keren. Ik hoop het maar.


zaterdag 10 februari 2018

Winkeltje spelen







Op zaterdagochtend is ‘la Quincaille Rit’ in Villers-en Ouche geopend van 9 – 12 uur. Deze op vrijwilligers draaiende coöperatieve winkel bevindt zich in het voormalige pand van een quincaillerie.
Een quincaillerie, officiëel ijzerhandel, is een soort winkel van Sinkel zoals je ze nog in vele Franse dorpen tegenkomt. Er is van alles te koop, van theeserviezen tot stopcontacten, van kaarsen tot schroeven, bouten en moeren. Deze laatsten overigens nooit in de maat die jij nodig hebt. De eigenares van de quincaillerie ging met pensioen en weer stond er een winkelpand leeg in het dorp. Een tijdje waren er in de etalage nog de creaties te zien van een zichzelf kunstenaar noemende bohémien, die altijd op blote voeten liep en bij iedereen alle drank opzoop. Gelukkig was hij op een dag verdwenen en toen kwam mijn schoonzus met het idealistische idee hier een gemeenschappelijk bedrijfje te vestigen. In de winkel worden biologische producten uit de hele wereld maar bij voorkeur dichtbij verkocht. Het doel is mensen uit les grandes surfaces, de grote supermarkten, te houden. Dat lukt natuurlijk niet helemaal maar het aanbod in de Quincaille Rit (te vertalen als: de buitenbeentjes lachen) is best gevarieerd. In de praktijk blijkt het beheren van zo’n winkel een enorme klus, de inkoop, de administratie, het rond krijgen van de roosters, maar tegelijkertijd is het op zaterdagochtend ook een gezellige drukte, drinkt men koffie met elkaar en kunnen ook de hoogbejaarden uit het dorp zelf komen winkelen en verse groenten en eieren kopen. Inmiddels heeft zich ook een brocante winkel gevestigd in het grote pand en kun je dus ook voor mooie meubels, servies en glazen terecht. Omdat de winkel onverwarmd is, zijn pogingen om zaken als een handwerkclub of iets voor kinderen op te zetten nog niet echt van de grond gekomen.

Vanmorgen had ik dienst met B(r)oer en er kwamen nog een paar vrouwen helpen een grote order op en in te ruimen.  Het was verder gezellig druk en niemand heeft haast op zo’n zonnige, ijskoude zaterdagochtend. Er was koffie en warme chocolademelk en iedereen genoot van een stukje Deventer reepkoek uit het heimweepakket. En dat is natuurlijk precies waar het voor bedoeld was. 



dinsdag 6 februari 2018

Sneeuw



Hij is geweest, de loodgieter. Een jonge, vriendelijke man die, niet gehinderd door enige compassie met D.'s nog wat onbeholpen Frans, in stevig tempo uiteenzette wat er moet gebeuren om de zaak weer efficiënt aan de gang te krijgen. Er moet een nieuw, groter drukvat? Het systeem is te groot voor het vat dat er nu (overigens al járen) hangt? Binnen twee weken komt hij terug met de benodigde materialen. 


Ik was er niet bij maar ik geloof hem op zijn blauwe ogen. En ondertussen sleep ik kruiwagens vol hout door de sneeuw naar binnen en moet de keukendeur naar de gang zo nu en dan open om de temperatuur iets te laten zakken. Hout stoken doen we sowieso want een gastank vulling loopt al snel tegen de 2000 euro en daar zitten we nog even niet op te wachten. Het is merkwaardig hoe belangrijk warmte blijkt te zijn als het niet met een druk op een knop te realiseren is. Het is gewoon het belangrijkste gegeven, iedere dag weer.

We zijn vanmorgen niet naar de markt geweest, ik denk zo ongeveer voor het eerst dat we in Normandië komen. Het sneeuwde en we voorzagen weinig activiteit aldaar en dan, volgende week is er weer markt. Dus de halve dag bezig geweest met P&M, het wordt een prachtig nummer, er is mooie kopij en er komt nog veel meer. Ik zal zelfs flink moeten doorschuiven, hoe heerlijk is dat! D. was in zijn nieuwe mancave bezig met Herberg het Gouden Anker, ook voor P&M. Met z'n tweeën zijn we een echt familiebedrijfje.



De honden spetterden in het rond in de sneeuw maar krijgen wel snel koude voetjes. Ze hadden de vorige keer dat we hier waren klachten over hun nachtverblijf, de eerste paar nachten kon ik er drie keer uit omdat er gemopper en gejank was. Toen heb ik de grote mand van zolder gehaald, een dikke fleecedeken op de koude tegels, daar de mand bovenop, daar nog een deken in, en toen hun twee zachte mandjes. En nu is het helemaal goed, de dames zijn tevreden.


We hebben onze smartTV meegenomen en kunnen probleemloos tv kijken. Gisteren de Luizenmoeder en een aflevering van de tweede serie van De Crown: blijft geweldig, ook met Franse ondertiteling. En sommige films zijn dan opeens weer wel NL ondertiteld én het aanbod is uitgebreider dan in NL. 


zaterdag 3 februari 2018

Sliptong

                              



D. gaat een sliptong te lijf. We hebben er gisteren twee gekocht in de Hypermarché, samen met nog een karrevracht aan boodschappen. Het kan komende week gaan sneeuwen en dan kun je maar beter goed voorbereid zijn met genoeg eten & drinken. Bij de aanschaf van de tongen hadden we er niet over nagedacht dat ze niet schoongemaakt zijn. Een filmpje op Youtube laat zien hoe je dat doet, zo’n vis ontvellen. Het lukt redelijk, maar de volgende keer bestellen we ze toch maar schoongemaakt.

Op dag drie hebben we de boel aardig op de rails en heb ik op Le Bon Coin, de Franse Marktplaats, een kast gevonden waar al mijn spullen op overzichtelijke wijze in kunnen worden opgeborgen. Het is, net als de meeste plaatjes op die site, een vreselijk slechte foto maar van alle armoires lijkt me dit wel de beste. Er hoeft niks aan geschuurd en gelakt te worden en dan ben ik al gauw tevreden. Bovendien vond ik vanmorgen het geld voor de kast in een oude portemonnee dus in feite kost hij helemaal niets.

Hij blijkt al uit elkaar en in de garage te staan, dus het inladen is snel gebeurd. Eenmaal thuis moet hij eerst nog wel even acclimatiseren want de pen-gat verbindingen passen niet zonder grof geweld te gebruiken. We zetten hem morgen wel in elkaar. Ik heb al gezien dat ik hem vooral erg Frans vind, met guirlandes en een bloemenmandje. Dit alles van solide kersenhout.




De CV doet het niet echt lekker, D. vertelt mij precies wat ermee aan de hand is maar halverwege zijn verhaal constateert hij dat hij dit net zo goed aan een lantarenpaal kan vertellen, wat ik beaam. Dit soort technische aangelegenheden zijn zijn pakkie-an, ik ben er voor andere zaken. Gelukkig kunnen we in ieder geval de keuken warm stoken met de grote chaudière, waar ik ook op kan koken. Op zich een goede oefening in onthaasten, want je moet meegaan met de flow van de kachel. Soms gloeiend en dan, even vergeten, bijna weer uit. Bovendien is ons hout niet topdroog. Misschien dat we daar ook nog maar even achteraan moeten, stoken met halfdroog hout is slecht voor het milieu, de schoorsteenpijp en voor het humeur. Vooral als je weet dat je in Nederland nog een paar kubs kurkdroog hout hebt liggen. In ieder geval is de loodgieter gebeld en die zal terugbellen om een afspraak te maken de CV ketel na te kijken. We gaan het zien!







woensdag 31 januari 2018

Arrivé


We zijn er. Na een kletsnatte reis en een kalm tempo zijn we heel en droog aangekomen.

Ik begin met het schoonmaken van de stoep bij de voordeur, waar een uil zijn roest- en poepplaats heeft. Later horen we hem mopperend schreeuwen, hij moet op zoek naar een andere plek. Maar daar zijn er hier genoeg te vinden. We snappen het wel, op de plek die hij heeft uitgekozen heeft hij het beste uitzicht over de weilanden.

We laden de eerste noodzakelijkheden uit. Broer heeft de CV aangezet, dus het is aangenaam warm binnen. Toch weerhoudt dat D. er niet van een vuur in de open haard aan te leggen. Straks de bank ervoor zetten en met de benen gestrekt lekker ‘noffelen’, het Groningse woord voor gezellig bankhangen. De regen slaat alweer hard tegen de ramen, hoe noffelig kan het zijn….We hebben er zelfs speciale noffelkleren voor…

Het waren een paar hectische weken, uitmondend in de Grote Verhuizing het afgelopen weekend. Wij ons geliefde huis uit en onze jongste dochter met haar vriend erin. Ons pied-à-terre op het erf was grotendeels klaar, maar er moesten toch nog wat essentiële zaken, zoals hemelwaterafvoer, geregeld worden voor we konden vertrekken. Dat gaf ook wel weer wat rust en gaf mij de kans om dingen af te maken of op de rails houden.

Afgelopen woensdag verrasten de dames van mijn geliefde haak- en breiclub me met een heerlijke lunch en een prachtige tas, waar iedereen aan meegewerkt had. Toen hield ik het bijna niet droog, zo lief!  Zaterdagmiddag hielden we een eenvoudige ‘BeetjeAfscheidsborrel’ voor de buurt en kregen we een Heimweepakket mee, met o.a. stroopwafels, pindakaas, rookworst en boerenkoolzaad en vergeetmijnietjes. Voor onze omgeving gaan wij meer weg dan wij zelf tot nu toe denken. Misschien hebben ze gelijk en vatten wij deze semigratie te licht op. Het voelde vandaag toch anders, de aankomst in La Noblet. Nog niet als thuiskomen en ook niet als ‘vakantie’huis, zoals voorheen. Om het echt 'ons' huis te maken moet er nog wel wat gebeuren, ook weer zonder dat het helemaal verandert, want daarom wilden we hier juist naartoe. Snap je het nog?

Ik ga naar de haard, boek erbij, beentjes omhoog. Morgen is er weer een dag. Ik krijg er bij voorbaat al spierpijn van……

woensdag 24 januari 2018

Vloertje




Een (s)emigratie verloopt volgens een bepaald plan. Essentieel in ons plan is, dat ons pied-à-terre in NL in zoverre klaar is dat het ingericht kan worden met spullen uit het huis dat wij verlaten.

Enkele weken geleden gingen we bij Kwantum vinyl bestellen. Je moet dan handtekeningen zetten zodat Kwantum niet aansprakelijk is voor een verkeerd opgemeten vloer of hobbelige ondergrond en goede bereikbaarheid enzovoort. We maakten een afspraak voor het leggen. De datum, 24 januari, stond met rode pen omcirkeld op de kalender. Dán kwam de vloerbedekking en konden we gaan doorschuiven. Het was een soort uur U, zeg maar. Hoofd Verbouw werkte zich uit de naad om alles voor deze gebeurtenis op tijd klaar te hebben.

Vanmiddag meldde de stoffeerder zich met het verkeerde vinyl. Mijn naam stond erop, maar hij was het direct met me eens: dit was niet het bestelde motief en ook van de maat klopte geen meter. Op dat moment wond ik me nog maar een kléin beetje op: ik kon het moeilijk die man verwijten. Hij wordt ook maar gestuurd.

Dus ging ik bellen met Kwantum Klantenservice. Tamara ging erachteraan, er zou een spoedopdracht gemaakt worden en ik zou worden teruggebeld. Na een uur belde ik zelf maar. De jongedame meldde mij dat ze al teruggebeld had, alles was opgelost in de vestiging Deventer en het dossier was gesloten. Vreemd genoeg wist ik zelf niets van dat telefoontje af en dat terwijl hij op luid stond en in mijn broekzak zat, de hele tijd! Nog even hield ze vol dat ze me echt gebeld had.  Toen kwam ze opeens met de mededeling dat de vloerbedekking op vrijdag 2 februari gelegd kon worden en dat Kwantum zo coulant was mij een korting van 5%, een bedrag van 11 euro en 32 cent, voor het ongemak aan te bieden. Nu was ik tot dan toe héél beleefd geweest. Heus. Maar opeens rolden er woorden als: “incompetent geklungel” en “prutsers” uit mijn mond. “Wij werken volgens bepaalde protocollen!” zei het meisje onverstoorbaar. En of het dan misschien geen tijd was die overboord te gooien en een probleem dat zijzelf hadden veroorzaakt, ook direct op te lossen!? Er waren een paar getuigen bij die mij met grote angstogen aankeken, maar het meisje van de Kwantum klantenservice was goed getraind. ‘Mijn excuses,’ hoorde ik nog voordat ik rood aangelopen het gesprek beëindigde.

Ik ben in de auto gestapt, naar Deventer gereden en heb mijn geld teruggekregen. Die lieve jongen van de vloerenafdeling daar kon er ook niks aan doen. “Ik hoop toch nog eens tot ziens” zei hij voorzichtig. Kennelijk had hij met zijn collega van de klantenservice contact gehad. Bij een andere zaak heb ik nieuwe vloerbedekking uitgezocht. Die gaan we dan maar zelf leggen. Want je moet  door, anders kom je nergens.

Een jaar op proef

Een jaar in Normandië -slot-

Weer terug in La Noblet na bijna zes weken Nederland voelt als thuiskomen. Net zoals het voelt als we in Nederland in ons Bak...